Terug naar groepen

Grondbroeders

Deze groepspagina hoort bij Functionele vogelgroepen.

Twee verschillende berekeningen: vergelijk de binaire analyse met de gewogen gevoeligheidsanalyse.

Binaire analyse

Iedere geselecteerde soort telt volledig mee in de groepsdichtheid.

Binaire analyse: dichtheid per km2 voor Grondbroeders

Gewogen gevoeligheidsanalyse

Primair groepslidmaatschap telt voor 1,0 en secundair lidmaatschap voor 0,5 mee.

Gewogen gevoeligheidsanalyse: dichtheid per km2 voor Grondbroeders

De functionele groep Grondbroeders omvat vogelsoorten waarvan het nest zich normaal gesproken op of direct boven de bodem bevindt. Deze soorten broeden op open zand, tussen kruiden en grassen, in lage vegetatie of onder beschutting van struiken en ruigten. Door hun nestplaats zijn zij gevoeliger voor veranderingen in vegetatiestructuur, predatie, begrazing, recreatie en andere verstoringen dan soorten die in struiken of bomen broeden.

In Meijendel komen grondbroeders voor in uiteenlopende habitats, van open duinen en vochtige duinvalleien tot graslanden, rietvegetaties en struwelen. Hoewel deze leefgebieden sterk verschillen, delen de soorten dezelfde functionele eigenschap: hun voortplantingssucces hangt af van de kwaliteit en veiligheid van de bodem als nestplaats. Daarmee vormt deze groep een indicator voor de geschiktheid van het landschap om succesvol op de grond te broeden.

Twee verschillende berekeningen

Op deze pagina staan twee grafieken. Beide zijn gebaseerd op dezelfde broedvogelgegevens, maar gebruiken een verschillende methode om de groepsdichtheid te berekenen.

In de binaire analyse telt iedere geselecteerde soort volledig mee. Alle grondbroeders krijgen daardoor hetzelfde gewicht, ongeacht of zij uitsluitend of slechts gedeeltelijk op de grond broeden.

In de gewogen gevoeligheidsanalyse telt primair groepslidmaatschap voor 1,0 en secundair groepslidmaatschap voor 0,5. Soorten waarvoor grondbroeden de dominante neststrategie is, wegen daardoor zwaarder mee dan soorten die ook regelmatig op andere plaatsen broeden.

De twee grafieken laten zien in hoeverre de waargenomen ontwikkeling afhankelijk is van de gekozen groepsindeling. Wanneer beide berekeningen een vergelijkbaar patroon vertonen, wijst dat op een robuuste ontwikkeling van de groep als geheel. Verschillen tussen beide grafieken maken zichtbaar welke invloed soorten met een minder uitgesproken grondbroedstrategie op de gezamenlijke trend hebben.

De grafieken geven geen directe maat voor het broedsucces. De ontwikkeling van grondbroeders wordt mede bepaald door veranderingen in vegetatiestructuur, predatiedruk, recreatie, weersomstandigheden, natuurbeheer en de beschikbaarheid van geschikte nestplaatsen. In samenhang met andere functionele, ecologische en habitatgroepen geven zij inzicht in de kwaliteit van het landschap voor op de grond broedende vogels.

Methodische kanttekening

Rond 1973 werd het geïnventariseerde gebied uitgebreid tot vrijwel geheel Meijendel. Daarnaast werd in 1984 de landelijke BMP-methode van Sovon ingevoerd. Veranderingen rond deze jaren kunnen daarom mede samenhangen met wijzigingen in het onderzoeksgebied en de telmethode.

Daarnaast kunnen de grafieken worden beïnvloed door de sterke groei van de meeuwenkolonies vanaf de jaren zeventig en hun vrijwel volledige verdwijnen na de terugkeer van de vos in de tweede helft van de jaren tachtig. In sommige jaren omvatten deze kolonies meer broedparen dan alle overige broedvogels van Meijendel samen. Omdat verschillende meeuwensoorten eveneens grondbroeders zijn, kunnen zij de gezamenlijke dichtheid van deze functionele groep aanzienlijk beïnvloeden. De invloed hiervan verschilt enigszins tussen de binaire en de gewogen analyse.

De langetermijnontwikkeling blijft echter goed bruikbaar voor ecologische interpretatie, mits beide grafieken gezamenlijk worden beoordeeld en rekening wordt gehouden met dominante soorten.

Meer weten?

Via het Dashboard kunnen de onderliggende gegevens verder worden verkend per soort, telgebied en periode. Zo is na te gaan welke soorten de ontwikkeling van de groep grondbroeders bepalen en welke invloed afzonderlijke soorten op beide grafieken hebben. Voor onderzoekers biedt de Shiny-app uitgebreide mogelijkheden om trends statistisch te analyseren en te relateren aan veranderingen in vegetatiestructuur, predatiedruk, natuurbeheer, recreatie en landschapsontwikkeling.