Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Houtsnip
Opname: ChristianSW · Wikimedia Commons · CC0 1.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Houtsnip is een plompe steltloper die zich vooral thuisvoelt in vochtige bossen met voldoende ondergroei en open plekken. De roodbruine bovenzijde met fijne tekening biedt uitstekende camouflage. Platgedrukt tegen de bosbodem valt de vogel nauwelijks op en vliegt hij vaak pas bij direct gevaar op.
De ogen staan ver naar achteren op de kop, waardoor de Houtsnip vrijwel rondom zicht heeft. Overdag houdt hij zich meestal schuil; in de schemering wordt hij actief.
In het voorjaar voeren mannetjes trage baltsvluchten boven het bos uit. Daarbij laten ze knorrende en hoge fluitende geluiden horen. Het nest is een eenvoudig, met bladeren bekleed kuiltje. Het vrouwtje broedt en verzorgt de jongen. Met de lange snavel zoekt de Houtsnip in vochtige grond naar wormen, insectenlarven en slakken.
Voorkomen
Houtsnippen broeden vooral in grotere bossen met open plekken, een plaatselijk natte bodem en een goed ontwikkelde humuslaag. De soort is lastig te inventariseren: het aantal baltsende mannetjes is geen directe maat voor het aantal broedende vrouwtjes. Daardoor blijven landelijke en regionale trends onzeker.
In de duinstreek nam de soort in de tweede helft van de twintigste eeuw sterk af. Ook in Meijendel daalde het aantal territoriale vogels fors. Inmiddels lijkt de soort zich op een laag niveau te handhaven.
Achtergrond
Tijdens de voorjaarstrek valt de Houtsnip weinig op. In het najaar en tijdens koude-invallen kunnen echter plotseling veel vogels verschijnen. Bij vorst zoeken ze plekken waar de bodem zacht blijft, omdat bevroren grond het zoeken naar regenwormen onmogelijk maakt.
Bescherming
Houtsnippen hebben rustige bossen nodig met vochtige, voedselrijke bodems, een strooisellaag, ondergroei en kleine open plekken. Verdroging en eenvormig bosbeheer verminderen de kwaliteit van het leefgebied. Gefaseerd beheer en het behouden van vochtige laagten en structuurrijke bosranden zijn gunstig.
Bron: Sovon – Houtsnip.
Vogelkenmerken
Verborgen bossteltloper van vochtige of rustige bosbodems; sondeert naar wormen en baltst vooral in schemering.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Appelvink-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem. Foerageermethode: grondpikken, sonderen.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: kort/middel.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0