Terug naar soorten

Kokmeeuw

Chroicocephalus ridibundus Meeuwen

Broedvogel
15jaren
6669territoria
1780hoogste jaar

1973 t/m 2009 · bron: Meijendel-database

Kokmeeuw in zomerkleed staand op kort gras
Foto: Andreas Trepte CC BY-SA 2.5 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Kokmeeuw

Opname: Onbekende maker; zie bronpagina · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Kokmeeuw is een kleine meeuw met in het broedkleed een donkerbruine kopkap, rode snavel en rode poten. Hij eet insecten, wormen, kleine waterdieren en uiteenlopend ander voedsel.

Voorkomen

De Nederlandse broedpopulatie neemt al langere tijd af. In Meijendel broedden vroeger grote aantallen Kokmeeuwen, maar de kolonie verdween in de jaren tachtig. De terugkeer van de Vos maakte grondbroeden er veel riskanter; ook landelijk spelen predatie, vegetatiesuccessie en voedselproblemen een rol.

Achtergrond

Kokmeeuwen broeden in kolonies en kunnen andere watervogels enige bescherming bieden doordat ze gezamenlijk predatoren verjagen. Buiten de broedtijd blijven ze algemeen in graslanden, langs water en in bebouwd gebied.

Bescherming

Veilige broedeilanden met lage vegetatie, voldoende afstand tot oevers en goed beheer van waterpeil en predatierisico zijn belangrijk. Voedselafval beschikbaar maken is geen duurzame beschermingsmaatregel.

Bron: Sovon – Kokmeeuw.

Vogelkenmerken

Koloniaal broedende omnivore meeuw van moeras- en graslandgebieden.

Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Slobeend-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: Oranje Lijst. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, water. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa, Noord-Afrika/Middellandse Zee. Trekstrategie: gedeeltelijk.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0