Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Zilvermeeuw
Opname: Onbekende maker; zie bronpagina · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Zilvermeeuw is een grote meeuw met een lichtgrijze rug, roze poten en een forse gele snavel met rode vlek. Hij is een opportunistische alleseter die zowel natuurlijk voedsel als menselijke voedselbronnen benut.
Voorkomen
Meijendel kende vroeger grote grondkolonies. Na de terugkeer van de Vos verdwenen die aan het einde van de jaren tachtig; ook veranderingen in voedselbronnen speelden in de bredere ontwikkeling mee. De afwezigheid van de Vos vóór die tijd was historisch uitzonderlijk. Als bezoeker bleef de Zilvermeeuw aanwezig.
Achtergrond
Een deel van de kustpopulatie ging op daken broeden toen grondkolonies onveiliger werden. Daardoor kan lokaal veel foerageeractiviteit bestaan zonder dat in het natuurgebied zelf wordt gebroed.
Bescherming
Bescherm bestaande kolonies en broedende dakvogels tegen verstoring. Overlastbeheer moet tijdig en wettelijk gebeuren, met aandacht voor alternatieve veilige broedplaatsen; toegankelijk voedselafval moet worden beperkt.
Bron: Sovon – Zilvermeeuw.
Vogelkenmerken
Kustgebonden grote meeuw, vooral vis- en schelpdiereter; broedt koloniaal op eilanden, daken, kwelders en duinen.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Scholekster-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 40%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: kort/middel.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0