Terug naar soorten

Kleine Mantelmeeuw

Larus fuscus Meeuwen

Broedvogel
40jaren
20118territoria
1966hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Kleine Mantelmeeuw staand bij een metalen paal aan zee
Foto: Arild Vågen CC BY-SA 3.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Kleine Mantelmeeuw

Opname: Tanguy Loïs · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Kleine Mantelmeeuw is een grote meeuw met een donkergrijze rug, gele poten en rode vlek op de snavel. Hij zoekt voedsel op zee, langs de kust en op het land en kan daarvoor zeer grote afstanden vanaf de kolonie afleggen.

Voorkomen

De landelijke broedpopulatie groeide sterk, maar neemt recent af. In de Hollandse duinen verdwenen de grote grondkolonies na de terugkeer van de Vos; een deel van de populatie verplaatste zich naar daken. In Meijendel liep de grote kolonie vanaf de jaren tachtig terug en tegenwoordig broedt de soort er niet meer.

Achtergrond

De afwezigheid van de Vos vóór zijn terugkeer was historisch uitzonderlijk en maakte zeer grote grondkolonies mogelijk. De huidige afwezigheid als broedvogel betekent niet dat Kleine Mantelmeeuwen geen gebruik meer maken van Meijendel en de kust als voedselgebied.

Bescherming

Rust op bestaande kolonies en bescherming van broedende dakpopulaties zijn belangrijk. Beheer van overlast moet nesten en jongen ontzien en alternatieve veilige broedplaatsen meenemen. Voedselafval beschikbaar maken is ongewenst.

Bron: Sovon – Kleine Mantelmeeuw.

Vogelkenmerken

Grote koloniale meeuw van kust, havens en daken; plaats- en partnertrouw, met lange voedselvluchten naar zee en land.

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Scholekster-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 30%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, water. Foerageermethode: overige.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa, Noord-Afrika/Middellandse Zee. Trekstrategie: kort/middel.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0