Terug naar soorten

Merel

Turdus merula Lijsters

Broedvogel
68jaren
16732territoria
488hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Mannetje Merel staand op een stenen rand
Foto: Kahvilokki CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Merel

Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

Het mannetje Merel is zwart met een gele snavel en oogring; het vrouwtje is bruin. Merels zoeken vooral op de grond naar regenwormen en insecten en eten later in het jaar ook bessen en vruchten.

Voorkomen

De Nederlandse broedpopulatie nam op lange termijn toe, maar laat recent een afname zien. Ziekte-uitbraken en droge zomers speelden daarbij een rol. In Meijendel profiteerde de Merel lange tijd van de uitbreiding en veroudering van struweel en bos.

Achtergrond

Merels broeden in struiken, bomen en gebouwen en kunnen meerdere broedsels grootbrengen. De vroege ochtendzang draagt ver, maar vogels in dicht struweel zoeken een groot deel van de dag onopvallend tussen bladstrooisel.

Bescherming

Gevarieerd struweel, vochtige bodems, bladstrooisel en besdragende struiken bieden nestdekking en voedsel. Tuinen en beheerterreinen hebben baat bij weinig bestrijdingsmiddelen en voldoende schaduwrijke, niet uitgedroogde plekken.

Bron: Sovon – Merel.

Vogelkenmerken

Algemene bodemfoeragerende lijster van struweelrijke landschappen.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Winterkoning-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: beperkt (klasseproxy 25%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: kort/middel.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0