Terug naar soorten

Kramsvogel

Turdus pilaris Lijsters

Broedvogel Rode lijst Gevoelig
5jaren
5territoria
1hoogste jaar

1985 t/m 2002 · bron: Meijendel-database

Kramsvogel staand op een bosbodem
Foto: Frankie Fouganthin CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Kramsvogel

Opname: Benoît Van Hecke · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Kramsvogel is een grote lijster met een grijze kop en stuit, kastanjebruine rug en gespikkelde borst. In herfst en winter zoekt hij in groepen naar wormen, gevallen fruit en bessen.

Voorkomen

Als wintergast en doortrekker is de Kramsvogel veel algemener dan als broedvogel. De korte Nederlandse kolonisatie in de late twintigste eeuw liep vrijwel geheel terug. Meijendelse territoria betroffen waarschijnlijk laat aanwezige wintergasten of doortrekkers; daadwerkelijk broeden is er niet vastgesteld.

Achtergrond

Een vogel die laat in het voorjaar aanwezig is, kan volgens de telregels als territorium worden geregistreerd. Bij een soort met veel late trekkers is daarom aanvullend gedrag nodig om een broedgeval aannemelijk te maken.

Bescherming

Besdragende struiken, rustige graslanden en voldoende bodemleven zijn belangrijk voor overwinterende vogels. Een territoriumregistratie moet niet zonder nestindicerend gedrag als bewezen broedgeval worden gepresenteerd.

Bron: Sovon – Kramsvogel.

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Putter-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag, boom. Foerageermethode: strooiselzoeken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 5 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0