Terug naar soorten

Koperwiek

Turdus iliacus Lijsters

Overige soort

Ontleend aan gevalideerde waarnemingen uit de Meijendel-database (BMP- en wintertellingen). Eerste geregistreerde waarneming: 04-10-2000

Koperwiek staand in kort groen gras
Foto: Andreas Trepte CC BY-SA 2.5 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Koperwiek

Opname: Benoît Van Hecke · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Beschrijving

  • Lijster, iets groter dan een spreeuw.
  • Opvallende lichte wenkbrauwstreep, donkere wang en baardstreep.
  • Tweekleurige snavel.
  • Onregelmatige donkere borsttekening, met roest- of koperkleurige flanken en ondervleugels.
  • Van de zanglijster te onderscheiden door de sterkere koptekening, rommeliger borsttekening en koperkleurige flank.
  • Vaak in grote groepen. Roep tijdens de trek: een dun, ijl “sieeh”.

Voorkomen

  • Geen Nederlandse broedvogel, maar doortrekker en wintergast.
  • Broedt vooral in Scandinavië, Oost-Europa en Rusland.
  • Trekt in het najaar massaal naar het zuidwesten, veelal ’s nachts. Langs de Nederlandse kust kunnen ’s morgens grote groepen worden gezien.
  • Een deel overwintert in Nederland; vanaf maart nemen de aantallen snel af.
  • Komt vrijwel overal voor, vooral in halfopen landschappen. De kuststreek is aantrekkelijk door de vele duindoorns.
  • In Meijendel verschijnt de soort doorgaans vanaf september, met de grootste trek vaak in oktober. De jaarverslagen tonen grote schommelingen. 

Achtergrond

  • Koperwieken zoeken een combinatie van open voedselgebied en nabijgelegen bomen of struiken als dekking.
  • Ze eten bodemdieren, waaronder wormen en insecten, in grasland en tussen afgevallen bladeren.
  • In herfst en winter zijn het belangrijke besseneters. In Meijendel worden vooral meidoorn, duindoorn en andere besdragende struiken genoemd.
  • Wanneer de bessenvoorraad uitgeput raakt, trekken groepen verder.
  • Sneeuw en plotselinge vorst kunnen grote verplaatsingen of een “snow-rush” veroorzaken.

Bescherming

Behoud besdragend struweel, bladstrooisel en rustige slaapplaatsen. Snoei gefaseerd zodat wintervoedsel beschikbaar blijft.

Bron: Sovon – Koperwiek.