Terug naar soorten

Meerkoet

Fulica atra Rallen

Broedvogel
68jaren
11903territoria
316hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Meerkoet lopend door kort gras
Foto: Alexis Lours CC BY 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Meerkoet

Opname: Joost van Bruggen · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Meerkoet is een donkere ral met een witte snavel en voorhoofdsplaat. De gelobde tenen maken hem tot een goede zwemmer. Hij eet waterplanten, gras en kleine waterdieren en verdedigt zijn broedplek fel.

Voorkomen

Landelijk is de broedstand op lange termijn stabiel en recent toegenomen. In Meijendel namen de aantallen vanaf de jaren negentig af. Daarna vlakte de daling af en bleef een kleinere broedpopulatie op de plassen aanwezig.

Achtergrond

Het drijvende nest wordt aan riet, takken of andere oevervegetatie verankerd. Jongen met rood-oranje kopversiering verlaten het nest snel, maar worden nog weken door de ouders gevoerd en verdedigd.

Bescherming

Rustige oevers, voldoende watervegetatie en beschutte nestplaatsen zijn belangrijk. Gefaseerd oeverbeheer en een stabiel waterpeil voorkomen dat nesten midden in het broedseizoen verloren gaan.

Bron: Sovon – Meerkoet.

Vogelkenmerken

Algemene duikende ral van dieper zoet water met oevervegetatie; vooral waterplanteneter.

Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Kuifeend-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, water. Foerageermethode: overige.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0