Terug naar soorten

Waterral

Rallus aquaticus Rallen

Broedvogel
58jaren
367territoria
15hoogste jaar

1960 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Waterral lopend over een zandige oever
Foto: Alexis Lours CC BY 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Waterral

Opname: Franz Lindinger · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Waterral leeft voornamelijk in dichtbegroeide moerassen en natte oevervegetaties. Het tengere, zijdelings afgeplatte lichaam maakt het mogelijk zich gemakkelijk tussen rietstengels te bewegen.

Bij gevaar vliegt de vogel met tegenzin en meestal slechts over korte afstand weg. Hij zoekt liever de beschutting van het riet. Bij het lopen wipt hij soms met de staart, waardoor de witte onderstaartveren zichtbaar worden.

De soort laat zich zelden goed zien, maar verraadt zich door een kenmerkende, gillende roep die aan een mager speenvarken doet denken. Het nest wordt door beide ouders in dichte vegetatie gebouwd; beide broeden en verzorgen de jongen.

Voorkomen

Waterrallen broeden verspreid door Nederland in zoet- en brakwatermoerassen. Zowel de broedvogel- als watervogeltrend is landelijk toenemend. Buiten de broedtijd wordt de Nederlandse populatie aangevuld met vogels uit Noord- en Oost-Europa.

In Meijendel is de Waterral een regelmatige broedvogel van natte, dichtbegroeide terreindelen. De aantallen wisselen sterk van jaar tot jaar en kunnen reageren op winterweer en waterstanden.

Achtergrond

Koude winters gevolgd door een droog voorjaar kunnen een duidelijke terugval veroorzaken. Na milde winters en natte voorjaren kunnen de aantallen juist hoger zijn. Ook in de Meijendelreeks zijn zulke sterke schommelingen zichtbaar.

De vergelijking met andere wintergevoelige standvogels blijft interessant, maar overeenkomstige grafieken bewijzen niet dat precies hetzelfde mechanisme de veranderingen heeft veroorzaakt.

Bescherming

De landelijke staat van instandhouding is gunstig. Lokaal blijft behoud van natte, dichte oevervegetaties belangrijk. Verdroging, verbossing en het gelijktijdig verwijderen van alle riet- of oevervegetatie kunnen kleine broedplaatsen ongeschikt maken. Gefaseerd beheer en voldoende rust verdienen daarom de voorkeur.

Bron: Sovon – Waterral.

Vogelkenmerken

Schuwe ral van natte rietmoerassen, slikkige open plekken en dichte oevervegetatie.

Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Rietzanger-groep, Waterrietvogels). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, water. Foerageermethode: overige.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa, Noord-Afrika/Middellandse Zee. Trekstrategie: kort/middel.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0