Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Geoorde Fuut
Opname: Marc Plomp · Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0 nl · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Geoorde Fuut is iets groter dan de Dodaars en kleiner dan de Fuut. In broedkleed is hij herkenbaar aan de zwarte hals, rode ogen en goudgele pluimen die achter de ogen uitwaaieren. De blauwgrijze snavel is dun en enigszins opgewipt. Buiten de broedtijd is het verenkleed veel grijzer en ontbreken de opvallende oorpluimen.
Tijdens de balts laten de vogels een fraaie dans zien met kopschudden en opgericht zwemmen. Geoorde Futen broeden vaak in losse kolonies op ondiepe, vegetatierijke plassen. Het drijvende nest wordt door beide partners gebouwd. De jongen liften soms mee op de rug van een ouder.
Het voedsel bestaat vooral uit waterinsecten, larven, kreeftachtigen en andere kleine waterdieren; kleine visjes vormen een kleiner deel van het menu.
Voorkomen
De Geoorde Fuut broedt sinds het begin van de twintigste eeuw in Nederland. De aantallen wisselen sterk onder invloed van waterstanden en de tijdelijke geschiktheid van broedplaatsen. Na een langdurige uitbreiding laat de landelijke broedpopulatie recent een afname zien. Buiten het broedseizoen verzamelen veel vogels zich op grotere wateren.
Meijendel kende rond het einde van de twintigste eeuw een bloeiperiode. Daarna nam de soort sterk af. Tegenwoordig komt hij er nog slechts onregelmatig tot broeden.
Achtergrond
Geoorde Futen broeden opvallend vaak in de buurt van Kokmeeuwen. De alarmerende en fel verdedigende meeuwen kunnen enige bescherming bieden tegen predatoren. Daardoor kan het verdwijnen of verplaatsen van een meeuwenkolonie ook gevolgen hebben voor de Geoorde Futen die daarvan profiteerden.
Bescherming
Geschikte broedplaatsen zijn ondiepe plassen met voldoende oevervegetatie, helder water en een rijk aanbod aan kleine waterdieren. Grote en snelle veranderingen in waterpeil kunnen nesten laten droogvallen of wegspoelen. Rust, een geleidelijk peilverloop en behoud van vegetatierijke oevers zijn daarom belangrijk.
Bron: Sovon – Geoorde Fuut.
Vogelkenmerken
Insectivore fuut van voedselarme vennen en pioniermoerassen.
Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Dodaars-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel actieve luchtvangst: beperkt (klasseproxy 25%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, water, lucht. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa, Noord-Afrika/Middellandse Zee. Trekstrategie: kort/middel.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0