Terug naar soorten

Roodborst

Erithacus rubecula Vliegenvangers

Broedvogel
65jaren
10200territoria
311hoogste jaar

1960 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Roodborst zittend op een berijpte tak
Foto: Francis C. Franklin CC BY-SA 3.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Zang van Roodborst

Opname: Michiel Graafstal · Aangeboden aan VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Roodborst is een kleine zangvogel met een oranjerode borst en gezicht. Hij zoekt laag bij de grond naar insecten, spinnen en wormen en eet in herfst en winter ook bessen en zaden.

Voorkomen

Roodborsten broeden vrijwel overal waar bomen en struiken aanwezig zijn. De Nederlandse broedpopulatie neemt toe. Ook in het bos- en struweelrijke Meijendel is de soort een algemene en wijdverspreide broedvogel.

Achtergrond

Beide geslachten verdedigen een territorium en zingen, ook in het najaar. De Roodborsten die ’s winters worden gezien zijn niet noodzakelijk dezelfde vogels als de lokale broedvogels: een deel trekt weg en vogels uit noordelijker streken komen ervoor in de plaats.

Bescherming

Dicht struweel, bosranden, bladstrooisel en vochtige bodems bieden nestplaatsen en voedsel. Gefaseerd beheer en het laten liggen van enig dood hout en blad houden de bodemfauna op peil.

Bron: Sovon – Roodborst.

Vogelkenmerken

Territoriale bos- en struweelvogel met brede nestniche.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Winterkoning-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: beperkt (klasseproxy 25%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0