Terug naar soorten

Roodborsttapuit

Saxicola rubicola Vliegenvangers

Broedvogel
68jaren
2318territoria
134hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Mannetje Roodborsttapuit met een insect op een dunne tak
Foto: Alun Williams333 CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Zang van Roodborsttapuit

Opname: Michiel Graafstal · Aangeboden aan VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

Het mannetje Roodborsttapuit heeft een zwarte kop, witte halsvlek en oranjerode borst; het vrouwtje is bruiner. Vanaf een struiktop of stengel jaagt hij op insecten en andere kleine dieren.

Voorkomen

Na een eerdere terugval herstelde de Nederlandse broedpopulatie krachtig en de toename houdt aan. In Meijendel schommelde de stand, met een duidelijke dip rond de eeuwwisseling en daarna opnieuw groei in geschikt open duin.

Achtergrond

De soort heeft een kleinschalig mozaïek nodig: lage vegetatie om voedsel te vinden, ruigere delen voor het nest en verspreide uitkijkposten. Openheid alleen is daarom geen garantie voor goed broedgebied.

Bescherming

Behoud afwisseling van korte kruidenrijke vegetatie, ruige pollen en lage struiken. Maaien, begrazing en recreatie moeten grondnesten en de voedselvoorziening gedurende het hele broedseizoen ontzien.

Bron: Sovon – Roodborsttapuit.

Vogelkenmerken

Soort van ruige halfopen landschappen met zangposten op struiken/palen.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep, Roodborsttapuit-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, struiklaag. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa, Noord-Afrika/Middellandse Zee. Trekstrategie: kort/middel.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0