Beschrijving
Deze vogel gedraagt zich bij het fourageren niet altijd als een typische vliegenvanger, jagend vanaf vaste uitkijkposten, maar is ook voortdurend in het loof in de weer, op zoek naar rupsen. Daarbij maakt hij rukkende vleugelbewegingen (gelijk de Boszangers) en spreidt de staart, soms omhoog, en dan is een Tapuitachtig zwart-wit patroon zichtbaar.
Kleine Vliegenvangers zijn trekvogels die broeden in Oost-Europa, Zuid-Finland en via de Baltische Staten oostwaarts tot diep in Rusland. Ze hebben een voorkeur voor loof- of gemengd bos met grote bomen en veel ondergroei, en met open plekken en wat water in de buurt. Kleine Vliegenvangers nestelen in boomholtes of in de oksel van een stam. Er is in de regel één legsel. Ze overwinteren in Pakistan en India.
Het zijn in Nederland zeldzame broedvogels, ondanks dat nog geen 150 km over de Duitse grens het broedareaal begint. Ondanks enige tendensen tot uitbreiding in westelijke richting, bleef een vestiging als broedvogel in ons land tot nu toe uit.
Verder zijn het schaarse dwaalgasten tijdens de trek terug naar de broedgebieden. Voorjaarswaarnemingen beperken zich nagenoeg tot de periode tussen eind april en begin juni, met de piek in de tweede helft van mei. Najaarswaarnemingen vallen tussen eind augustus en eind oktober, met name eind september en de eerste helft van oktober. Ze concentreren zich meer dan de voorjaarswaarnemingen op de kuststrook. Het gaat om vrijwel jaarlijks enkele gevallen, enigszins afhankelijk van de oostenwinden tijdens de trek naar het zuiden.
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Boomklever-groep, Holenbroeders, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen