Terug naar soorten

Bonte Vliegenvanger

Ficedula hypoleuca Vliegenvangers

Broedvogel
19jaren
61territoria
7hoogste jaar

1974 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Mannetje Bonte Vliegenvanger zittend op een kale tak
Foto: Mark Medcalf CC BY 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Bonte Vliegenvanger

Opname: Onbekende maker; zie bronpagina · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Bonte Vliegenvanger is een kleine holenbroeder. Het mannetje is in het voorjaar opvallend zwart-wit; het vrouwtje is grijsbruin. Hij vangt vliegende insecten, maar zoekt ook rupsen, spinnen en andere kleine ongewervelden tussen takken en op de grond.

Voorkomen

De soort broedt vooral in bossen, parken en boomgaarden in Oost- en Zuid-Nederland, vaak in nestkasten. De landelijke populatie neemt toe. In Meijendel was er vooral in de jaren negentig een korte opleving. Daarna werden slechts incidenteel territoria vastgesteld.

Achtergrond

De Bonte Vliegenvanger overwintert in West-Afrika. Door warmere voorjaren valt de aankomst niet overal meer goed samen met de piek in het rupsenaanbod. Nestkastonderzoek heeft veel kennis opgeleverd over deze verschuiving.

Bescherming

Oude bomen met holten en goed beheerde nestkasten bieden nestgelegenheid. Belangrijk is ook een gevarieerd bos met voldoende insecten gedurende het hele broedseizoen.

Bron: Sovon – Bonte Vliegenvanger.

Vogelkenmerken

Trekvogel van loofbossen, vangt insecten vanuit uitkijkposten.

Ecologische vogelgroepen: Overige soorten. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel actieve luchtvangst: overwegend (klasseproxy 75%). Foerageersubstraat: lucht. Foerageermethode: uitvaljacht.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: substantieel (klasseproxy 50%). Type nestholte: boomholte, nestkast. Oorsprong nestholte: natuurlijk, kunstmatig, bestaand, niet nader gespecificeerd.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Noord-Afrika/Middellandse Zee, Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0