Terug naar soorten

Nachtegaal

Luscinia megarhynchos Vliegenvangers

Broedvogel Rode lijst Kwetsbaar
68jaren
19282territoria
452hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Nachtegaal zittend op een tak tussen groen blad
Foto: Warrieboy CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Zang van Nachtegaal

Opname: Michiel Graafstal · Aangeboden aan VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Nachtegaal is een onopvallend bruine vogel met een roestbruine staart. Hij leeft meestal verborgen in dichte struiken en ruigten. Zijn krachtige zang bestaat uit heldere fluittonen, versnellingen en lange reeksen. Zingende mannetjes zijn zowel overdag als ’s nachts te horen.

Voorkomen

Nachtegalen keren vanaf het midden van het voorjaar terug uit Afrika. Ze broeden in dichte, lage struikvegetaties met voldoende open bodem om voedsel te zoeken. De Nederlandse duinen vormen een belangrijk bolwerk. Ook Meijendel is een belangrijk broedgebied. De soort heeft zich hier lange tijd goed kunnen handhaven, maar toont nu al enige tijd een neergaande tendens.

Achtergrond

Jac. P. Thijsse noemde de Nachtegaal de koning van de Europese zangvogels. Onderzoek met kleine zenders liet zien dat vogels op hun reis naar Afrika vaste tussenstops en overwinteringsgebieden gebruiken. Het nest ligt goed verborgen op of vlak boven de grond; beide ouders voeren de jongen.

Bescherming

De Nachtegaal heeft een afwisselend landschap nodig met dichte doornstruwelen, ruigten, open voedselplekken en voldoende rust. Zowel volledige verbossing als grootschalig verwijderen van struweel kan leefgebied doen verdwijnen. Gefaseerd beheer houdt verschillende ontwikkelingsstadia naast elkaar aanwezig.

Bron: Sovon – Nachtegaal.

Vogelkenmerken

Grondbroeder van vochtige struwelen en natte overgangszones.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, strooisel, struiklaag. Foerageermethode: grondpikken, strooiselzoeken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Noord-Afrika/Middellandse Zee, Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0