Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenZang van Gekraagde Roodstaart
Opname: Michiel Graafstal · Aangeboden aan VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het mannetje van de Gekraagde Roodstaart heeft een zwarte keel, wit voorhoofd, grijze rug en oranjerode borst en staart. Het vrouwtje is soberder bruin, maar ook bij haar valt de voortdurend trillende roestkleurige staart op. De soort jaagt vanaf lage zitplaatsen op insecten en andere ongewervelden. Het nest ligt in een boomholte, nis of nestkast. Het vrouwtje broedt; beide ouders voeren de jongen.
Voorkomen
Gekraagde Roodstaarten overwinteren ten zuiden van de Sahara en keren in het voorjaar terug. Ze broeden in open, structuurrijke bossen, oude parken en duinbos met voldoende nestholten en een lage, insectenrijke vegetatie. Na een langdurige terugval heeft de soort zich landelijk en in Meijendel duidelijk hersteld. De oude dennenbossen en open bosranden van het duingebied vormen belangrijk leefgebied.
Achtergrond
De zang is vooral vroeg in de ochtend te horen. Veranderingen in het broedgebied, omstandigheden tijdens de trek en droogte in de Sahel kunnen allemaal invloed hebben op de aantallen. De ontwikkeling laat zich daarom niet door één oorzaak verklaren.
Bescherming
Ondanks de recente groei wordt de landelijke staat van instandhouding nog als zeer ongunstig beoordeeld. Behoud van oude bomen, dode takken, natuurlijke holten, open bosranden en een gevarieerde kruid- en struiklaag blijft nodig. Nestkasten kunnen plaatselijk helpen, maar vervangen geen geschikt leefgebied.
Bron: Sovon – Gekraagde Roodstaart.
Vogelkenmerken
Afrikatrekker en holenbroeder van halfopen boslandschap.
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Geelgors-groep); Bosvogels (Grote Bonte Specht-groep, Holenbroeders, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: beperkt (klasseproxy 25%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, boom, lucht. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: beperkt (klasseproxy 25%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: nestkast, gebouw of constructie. Oorsprong nestholte: kunstmatig, bestaand, niet nader gespecificeerd.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Sahel. Trekstrategie: lang.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0