Terug naar soorten

Kleine Plevier

Charadrius dubius Plevieren

Broedvogel
34jaren
115territoria
8hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Kleine Plevier staand tussen lichte stenen
Foto: xulescu_g CC BY-SA 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Kleine Plevier

Opname: Gypsypkd · Wikimedia Commons · Public domain · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Kleine Plevier is een kleine steltloper met een zwarte borstband, lichte poten en een opvallend gele oogring. Hij rent over kale grond en zoekt naar insecten en andere kleine ongewervelden.

Voorkomen

Kleine Plevieren broeden op schaars begroeide grond bij ondiep zoet water. Landelijk neemt de soort toe doordat nieuwe pionierterreinen snel worden bezet. Ook in Meijendel wordt sinds de jaren negentig bijna jaarlijks een klein aantal territoria vastgesteld en nam de soort later enigszins toe.

Achtergrond

Geschikte broedplaatsen zijn vaak tijdelijk: een geplagd terrein, drooggevallen oever of bouwplaats kan na enkele jaren dichtgroeien. De snelle verplaatsingen tussen zulke plekken horen bij de ecologie van de soort.

Bescherming

Nieuwe territoria moeten snel worden herkend en tijdelijk worden afgezet. Betreding, honden, voertuigen en werkzaamheden zijn rond het onopvallende grondnest riskant. Behoud van kale delen en ondiepe slikranden is nodig.

Bron: Sovon – Kleine Plevier.

Vogelkenmerken

Kleine steltloper, broedt op kale oevers en grindterreinen

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Kleine Plevier-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, water. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Noord-Afrika/Middellandse Zee, Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0