Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Bontbekplevier
Opname: Onbekende maker; zie bronpagina · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Bontbekplevier heeft een donkere borstband, oranje poten en een korte oranje snavel met zwarte punt. Hij zoekt op slik en langs de waterlijn naar wormen, slakjes, kreeftachtigen en insecten. Bij gevaar probeert een oudervogel de aandacht van het nest af te leiden.
Voorkomen
De Nederlandse broedvogels leven vooral op kale of schaars begroeide terreinen in het Wadden- en Deltagebied. Na een langdurige landelijke afname is recent enig herstel zichtbaar, maar de soort blijft kwetsbaar. In Meijendel is slechts één historisch territorium geregistreerd.
Achtergrond
Het nest is niet meer dan een ondiep kuiltje op kale grond. Daardoor kan een geschikt terrein na begroeiing, recreatiedruk of werkzaamheden binnen korte tijd ongeschikt worden.
Bescherming
Broedplekken vragen tijdelijke afzetting en bescherming tegen betreding, honden, voertuigen en werkzaamheden. Kale grond alleen is niet voldoende: in de omgeving moeten ook rustige voedselrijke slikken of vochtige delen aanwezig zijn.
Bron: Sovon – Bontbekplevier.
Vogelkenmerken
Kleine plevier van kale schelpenstranden en kwelders; foerageert rennend-stoppen-pikkend op bodemfauna.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Strandplevier-groep). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, water. Foerageermethode: sonderen.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: beperkt (klasseproxy 25%). Overwinteringsregio: Europa, Noord-Afrika/Middellandse Zee, Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: kort/middel.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0