Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Scholekster
Opname: MVmath20 · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Scholekster is een forse zwart-witte steltloper met een lange oranjerode snavel en roze poten. Hij eet schelpdieren, wormen en insecten en voedt zijn jongen nog geruime tijd.
Voorkomen
De Nederlandse broed- en winterpopulaties nemen al lange tijd af en de staat van instandhouding is zeer ongunstig. In Meijendel begon de terugval vroeg en is de Scholekster als broedvogel tegenwoordig slechts incidenteel aanwezig.
Achtergrond
Scholeksters broeden niet alleen aan de kust, maar ook in grasland en op platte daken. Het uitkomen van eieren is onvoldoende voor succes: kuikens moeten wekenlang door hun ouders worden gevoerd en hebben veilig, voedselrijk terrein nodig.
Bescherming
Bescherm grond- en daknesten tegen verstoring, maaien en werkzaamheden en zorg voor veilige uitloop voor kuikens. In kustgebieden zijn voldoende schelpdieren en rustige hoogwatervluchtplaatsen eveneens essentieel.
Bron: Sovon – Scholekster.
Vogelkenmerken
Kust- en weidevogel met open grondnest; foerageert op schelpdieren en wormen en vertoont stil nestgedrag en schijnbroeden.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Kievit-groep, Scholekster-groep, Strandplevier-groep); Vogels van open heide (Korhoen-groep); Weidevogels (Veldleeuwerik-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: Oranje Lijst. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 60%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie. Foerageermethode: sonderen.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: kort/middel.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0