Terug naar soorten

Grauwe Gans

Anser anser Ganzen

Broedvogel
30jaren
1391territoria
91hoogste jaar

1996 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Groep Grauwe Ganzen op gras
Foto: W. Bulach CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Grauwe Gans

Opname: Joost van Bruggen · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Grauwe Gans is de wilde stamvorm van veel tamme ganzen. Het is een grote, grijsbruine gans met een oranje of roze snavel. Hij eet vooral gras, waterplanten, rietscheuten en landbouwgewassen.

Voorkomen

Na vrijwel uit Nederland te zijn verdwenen, keerde de Grauwe Gans dankzij bescherming, uitzettingen en spontane vestiging sterk terug. Landelijk neemt de broedpopulatie nog toe, al verschillen regionale trends. In Meijendel broedt de soort sinds 1996. Na een sterke groei is de lokale stand gestabiliseerd en recent wat lager.

Achtergrond

Grauwe Ganzen vormen langdurige paren en verzorgen de jongen gezamenlijk. De sterke terugkeer leidde zowel tot waardering als tot discussies over landbouwschade, natuurbeheer en populatiebeheer.

Bescherming

Beheer moet gebaseerd zijn op concrete lokale doelen en onderscheid maken tussen natuurbelang, schade en veiligheid. Voeren is ongewenst. Nesten mogen niet zonder wettelijke en ecologische afweging worden verstoord.

Bron: Sovon – Grauwe Gans.

Vogelkenmerken

Grote grijze gans, graast op graslanden en akkers nabij water

Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Slobeend-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, water. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0