Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Soepgans
Opname: James K. Douch · iNaturalist · CC0 1.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Soepgans is een verzamelnaam voor verwilderde afstammelingen van gedomesticeerde Grauwe Ganzen en voor sommige hybriden. Het verenkleed varieert van geheel wit tot bont of vrijwel grijsbruin. Veel vogels hebben een zwaarder postuur dan wilde Grauwe Ganzen. Ze eten voornamelijk gras en ander plantaardig materiaal.
Voorkomen
Soepganzen leven vooral bij stadswateren, boerderijen, parken en andere waterrijke gebieden. Ze zijn weinig geneigd over grote afstanden te trekken. Landelijk namen de aantallen aanvankelijk toe, maar inmiddels is sprake van afname. In Meijendel werden over een langere periode verspreid enkele territoria vastgesteld; de soort werd er geen talrijke broedvogel.
Achtergrond
Gedomesticeerde ganzen werden gehouden voor vlees, eieren, dons en als waakdier. Losgelaten of ontsnapte vogels vestigden zich vervolgens in het vrije veld. Mengparen met Grauwe Gans en andere ganzen zorgen voor een grote verscheidenheid aan kleuren en vormen.
Bescherming
De Soepgans is geen natuurlijk voorkomende wilde soort onder de Europese Vogelrichtlijn. Voeren en loslaten kunnen nieuwe concentraties en dierenwelzijnsproblemen veroorzaken. Beheer vraagt om een zorgvuldige afweging van ecologie, overlast en dierenwelzijn en om een goede herkenning van wilde ganzen en hybriden.
Bron: Sovon – Soepgans.
Vogelkenmerken
Geen aparte wilde soort; gedomesticeerde vorm/variant van Grauwe gans.
Ecologische vogelgroepen: geen. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, water. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0