Terug naar soorten

Roerdomp

Botaurus stellaris Reigers

Broedvogel Rode lijst Kwetsbaar
26jaren
130territoria
11hoogste jaar

1983 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Roerdomp rechtop in kort gras
Foto: Francesco Veronesi from Italy CC BY-SA 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Roerdomp

Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Geautoriseerde legacycollectie

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Roerdomp is een vrij grote reigersoort. Door de relatief korte en dikke nek is hij compacter gebouwd dan de Grote Zilverreiger of Blauwe Reiger. De losse keelveren en het geelbruine, donker gestreepte verenkleed zijn opvallende én functionele kenmerken.

Het is een schuwe vogel die zich meestal in een rietkraag ophoudt en zelden vliegend wordt gezien. Bij onraad neemt hij vaak de ‘paalhouding’ aan: hals en kop worden verticaal uitgestrekt, waardoor de vogel tussen de rietstengels vrijwel onzichtbaar wordt. Met zijn lange tenen klautert hij behendig door het riet.

In de paartijd laat het mannetje een ver dragend en resonerend ‘hoemp’ horen. Hij maakt in oud riet de basis van enkele nesten, waarna het vrouwtje er één afbouwt met rietstengels en biezen. Zij broedt de eieren uit en verzorgt de jongen.

Het voedsel bestaat vooral uit vis, maar ook kikkers, andere amfibieën, kleine zoogdieren en soms jonge vogels staan op het menu. Door die voedselkeuze kunnen winters met langdurige vorst grote gevolgen hebben.

Voorkomen

De landelijke aantallen namen vanaf ongeveer 1975 sterk af, vooral door verdroging en verbossing van moerassen. Sinds ongeveer 1990 herstelt de populatie. Zowel op lange termijn als in de huidige landelijke trend nemen de aantallen toe.

Ook in Meijendel heeft de Roerdomp zich vanuit een incidenteel voorkomen ontwikkeld tot een regelmatige broedvogel. De aantallen wisselen van jaar tot jaar, zoals bij deze winter- en waterstandsgevoelige soort mag worden verwacht.

Achtergrond

Jaarlijkse aantallen hangen mede samen met winterweer en waterstanden. Strenge vorst kan sterfte veroorzaken, terwijl lage waterstanden in winter en voorjaar de vestigingsmogelijkheden verslechteren. Zachte winters zijn gunstig, maar warmere en drogere voorjaren kunnen moerasvegetaties juist sneller laten uitdrogen.

De ontwikkeling in Meijendel onderstreept het belang van voldoende grote rietvelden met permanent natte delen en open water. Uit de territoriumreeks alleen kan niet worden afgeleid welk aandeel van de veranderingen door waterbeheer, winterweer of andere omstandigheden wordt veroorzaakt.

Bescherming

De Roerdomp staat als kwetsbaar op de Nederlandse Rode Lijst, maar de landelijke staat van instandhouding wordt inmiddels als gunstig beoordeeld. Dat herstel maakt bescherming van het leefgebied niet minder belangrijk. Nodig zijn stabiele waterstanden, overjarig riet, afwisseling tussen riet en open water en zo weinig mogelijk verstoring tijdens de broedtijd.

Bron: Sovon – Roerdomp.

Vogelkenmerken

Solitair broedende moerasreiger van uitgestrekte rietvelden.

Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Roerdomp-groep, Waterrietvogels). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, water. Foerageermethode: sonderen.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0