Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenZang van Boomleeuwerik
Opname: Michiel Graafstal · Aangeboden aan VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Boomleeuwerik is kleiner en kortstaartiger dan de Veldleeuwerik. De lichte wenkbrauwstrepen komen achter op de kop samen. Zijn melodieuze zang klinkt vanaf een boomtop of tijdens een rondgaande zangvlucht boven het territorium.
Voorkomen
Hij broedt op droge zandgrond met lage vegetatie, kale plekken en verspreide bomen of struiken. Zowel landelijk als in Meijendel is de soort sterk toegenomen. Na een dieptepunt aan het einde van de twintigste eeuw volgde in Meijendel een spectaculair herstel en uitbreiding over nieuwe delen van het duin.
Achtergrond
De Boomleeuwerik profiteert van open duin, maar verlangt geen volledig kaal landschap. Verspreide bomen en struiken dienen als zangpost, uitkijkpunt en dekking. Daarmee is hij kenmerkend voor de overgang tussen open zand, lage vegetatie en struweel.
Bescherming
Beheer moet een mozaïek behouden van kale grond, korte vegetatie en verspreide opslag. Zowel volledige verbossing als grootschalig kaalmaken is ongunstig. Grondnesten moeten tegen betreding worden beschermd.
Bron: Sovon – Boomleeuwerik.
Vogelkenmerken
Heide- en zandvogel, bekend om melodieuze cirkelende zangvlucht.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Tapuit-groep); Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Geelgors-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, boom. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: kort/middel.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0