Terug naar soorten

Patrijs

Perdix perdix Hoenders

Broedvogel Rode lijst Kwetsbaar
12jaren
24territoria
4hoogste jaar

1958 t/m 1992 · bron: Meijendel-database

Patrijs lopend over lichte zandgrond
Foto: K.Pitk CC BY-SA 3.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Patrijs

Opname: Jochem Verweij · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Patrijs is een gedrongen grondvogel met een grijsbruine borst, een oranjebruin gezicht en een donkere hoefijzervormige buikvlek. Zijn verenkleed biedt uitstekende camouflage. Bij gevaar drukt hij zich tegen de grond of kruipt weg. Als hij toch opvliegt, gebeurt dat met snorrende vleugelslagen.

Voorkomen

Patrijzen zijn standvogels van halfopen boerenland, akkers en andere open gebieden met ruige randen en voldoende dekking. Sinds de jaren zeventig verdween landelijk meer dan negentig procent van de populatie. De recente broedvogelstand is stabieler, maar blijft op een zeer laag niveau. Ook in Meijendel was de Patrijs vroeger een schaarse broedvogel; sinds de jaren negentig zijn geen territoria meer vastgesteld.

Achtergrond

In de winter leven Patrijzen in familiegroepen. In het voorjaar vormen ze paren en bouwen ze een grondnest in dichte begroeiing. De kuikens eten veel insecten. Het Jaar van de Patrijs en latere internationale beschermingsprojecten maakten duidelijk dat losse maatregelen onvoldoende zijn: dekking, insecten en wintervoedsel moeten het hele jaar aanwezig zijn.

Bescherming

Kruidenrijke akkerranden, ruige bermen, heggen, overhoekjes en onbespoten insectenrijke vegetatie zijn essentieel. Maaien en andere werkzaamheden moeten nesten en kuikens ontzien. Grootschalig gebruik van insecticiden en het verdwijnen van landschapselementen zijn bijzonder ongunstig.

Bron: Sovon – Patrijs.

Vogelkenmerken

Grondbewonende akkervogel, leeft in open landbouwgebieden met dekking

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Fazant-groep, Kievit-groep, Scholekster-groep); Vogels van open heide (Korhoen-groep); Weidevogels (Veldleeuwerik-groep). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0