Terug naar soorten

Fluiter

Phylloscopus sibilatrix Boszangers

Broedvogel
23jaren
46territoria
5hoogste jaar

1987 t/m 2024 · bron: Meijendel-database

Fluiter zittend op een donkere boomstronk
Foto: Steve Garvie from Dunfermline, Fife, Scotland CC BY-SA 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Fluiter

Opname: Pichard · Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Fluiter is een kleine boszanger met een mosgroene bovenzijde, een gele keel en borst en een helderwitte buik. De vleugels zijn relatief lang. Zijn bekendste zang begint met losse tonen die steeds sneller op elkaar volgen en eindigt als het rinkelen van een muntstuk. Daarnaast laat hij zachte, weemoedige fluittonen horen.

Voorkomen

Fluiters broeden vooral in oudere loofbossen met een gesloten bladerdak en weinig ondergroei. Ze keren laat in het voorjaar terug uit Afrika en verblijven maar kort in het broedgebied. Landelijk is de soort op lange termijn afgenomen, al zijn de aantallen de laatste jaren stabieler. In Meijendel blijft de Fluiter een onregelmatige en zeer schaarse broedvogel.

Achtergrond

Het vrouwtje bouwt een overdekt nest op de grond, vaak tussen afgevallen bladeren. Zij broedt de eieren uit; daarna verzorgen beide ouders de jongen. Het voedsel bestaat vooral uit insecten en spinnen die tussen bladeren en takken worden verzameld.

Bescherming

Behoud van oudere, rustige loofbossen met een natuurlijke strooisellaag is belangrijk. Intensieve werkzaamheden en recreatieve verstoring nabij een territorium moeten tijdens de korte broedperiode worden vermeden.

Bron: Sovon – Fluiter.

Vogelkenmerken

Slanke boszanger, broedt in oude loofbossen met open ondergroei.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Appelvink-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel actieve luchtvangst: beperkt (klasseproxy 25%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, struiklaag, boom, lucht. Foerageermethode: strooiselzoeken, uitvaljacht.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0