Terug naar soorten

Fitis

Phylloscopus trochilus Boszangers

Broedvogel
68jaren
56358territoria
1826hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Fitis zingend in een kale boomtop tegen een blauwe lucht
Foto: Andreas Trepte CC BY-SA 2.5 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Zang van Fitis

Opname: Michiel Graafstal · Aangeboden aan VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Fitis is een kleine, groenbruine loofzanger met een lichte wenkbrauwstreep en meestal lichte poten. Hij lijkt sterk op de Tjiftjaf, maar zijn zachte, aflopende zang is heel anders. Fitissen zoeken insecten tussen bladeren en twijgen. Het vrouwtje bouwt laag bij de grond een bolvormig nest met een zij-ingang en neemt het broeden voor haar rekening. Beide ouders voeren de jongen.

Voorkomen

De Fitis overwintert in Afrika ten zuiden van de Sahara en keert in het voorjaar terug. Hij bereikt zijn hoogste dichtheden in duinen, heide, hoogveen en jonge bosaanplant met veel lage opslag. In Meijendel behoort de Fitis van oudsher tot de talrijkste broedvogels. De aantallen zijn echter sterk gedaald ten opzichte van de vroegere topjaren, al blijft de soort op veel plaatsen algemeen.

Achtergrond

Ringonderzoek in Meijendel heeft laten zien hoe plaatstrouw Fitissen kunnen zijn: individuele vogels kunnen na hun lange reis naar Afrika terugkeren naar vrijwel dezelfde broedplek. Veranderingen in struweel, beheer en omstandigheden tijdens trek en overwintering kunnen allemaal aan de afname bijdragen.

Bescherming

De landelijke en lokale trends zijn negatief. De Fitis heeft een afwisselende vegetatiestructuur nodig met jonge struiken, lage bomen, open plekken en een insectenrijke kruidlaag. Bij het verwijderen van struweel is fasering belangrijk, zodat niet in korte tijd grote oppervlakten geschikt leefgebied verdwijnen.

Bron: Sovon – Fitis.

Vogelkenmerken

Zomergast van jonge opslag, wilgenstruweel en lage vegetatie; insectivoor met dalende zang en verborgen grondnest.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep, Roodborsttapuit-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, struiklaag. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Noord-Afrika/Middellandse Zee, Sahel. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0