Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Rietzanger
Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Rietzanger heeft een bruin, donker gestreepte bovenzijde, een lichte onderzijde en een duidelijke witte wenkbrauwstreep. De energieke, raspende zang bevat imitaties van andere vogels. Het mannetje zingt vanuit de vegetatie, vanaf een hoge stengel en soms tijdens een korte zangvlucht.
Rietzangers leven vooral in verlandingszones met riet, zeggen, kruiden en enige struikopslag. Het nest ligt laag en goed verborgen tussen oud plantenmateriaal. Het vrouwtje broedt; na het uitkomen kunnen beide ouders de jongen verzorgen.
De soort overwintert in Afrika ten zuiden van de Sahara. De sterk gelijkende Waterrietzanger is in Nederland alleen een zeer schaarse doortrekker.
Voorkomen
De Nederlandse populatie nam in de jaren zeventig en tachtig sterk af. Vanaf de jaren negentig volgde een krachtig herstel. Inmiddels is de Rietzanger opnieuw een talrijke broedvogel van de moerassen in West- en Noord-Nederland en wordt de staat van instandhouding als gunstig beoordeeld.
In Meijendel broedt de soort al sinds het begin van de tellingen. De aantallen schommelen, maar de Rietzanger handhaaft zich als regelmatige moerasvogel. Omvang en kwaliteit van riet- en oevervegetaties zijn lokaal belangrijke voorwaarden.
Vogelkenmerken
Krassend zingende rietvogel met lage nestplaats en zangvluchten.
Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Rietzanger-groep, Waterrietvogels). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 80%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, water. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0
Achtergrond
De overleving in de Afrikaanse wintergebieden hangt sterk samen met de neerslag in de Sahel. Na droge perioden keren minder vogels terug; regenrijke perioden kunnen worden gevolgd door herstel. De Rietzanger is daarmee een duidelijk voorbeeld van een soort waarvan de lokale broedpopulatie mede wordt bepaald door omstandigheden duizenden kilometers verderop.
Bescherming
Rietzangers profiteren van brede, structuurrijke overgangen tussen water, riet, zeggen, kruiden en verspreide struiken. Volledig verwijderen van riet, verdroging en het ontstaan van scherpe, kale oevers zijn ongunstig. Gefaseerd beheer en het behouden van overjarige vegetatie zorgen dat niet alle nest- en voedselplekken tegelijk verdwijnen.
Bron: Sovon – Rietzanger.