Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Bosrietzanger
Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Bosrietzanger is een onopvallend bruin zangvogeltje dat sterk op de Kleine Karekiet lijkt. Zijn zang is echter zeer gevarieerd en bevat imitaties van vele Europese en Afrikaanse vogelsoorten. Hij zingt vaak vanuit hoge kruiden, brandnetels of struiken.
Voorkomen
Anders dan zijn naam doet vermoeden, broedt de Bosrietzanger vaak buiten rietvelden. Hij kiest vochtige ruigten met brandnetels, wilgenroosjes, fluitenkruid en verspreide struiken. De landelijke populatie is op lange termijn vrij stabiel en neemt recent toe. In Meijendel bereikte de soort in de jaren tachtig hoge aantallen. Daarna volgde een afname, waarna de stand zich op een lager niveau stabiliseerde.
Achtergrond
Bosrietzangers keren laat terug uit Afrika. Het komvormige nest hangt tussen stevige kruidenstengels. Beide ouders broeden en voeren de jongen. De soort is ook een regelmatige waardvogel van de Koekoek.
Bescherming
Hoge kruidenvegetaties moeten tot na het broedseizoen blijven staan. Gefaseerd maaien voorkomt dat in één keer alle nest- en zangplaatsen verdwijnen. Behoud van vochtige ruigten en geleidelijke overgangen naar struweel is belangrijker dan alleen het sparen van riet.
Bron: Sovon – Bosrietzanger.
Vogelkenmerken
Langeafstandstrekker; imiteert vele vogelgeluiden.
Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0