Terug naar soorten

Bosrietzanger

Acrocephalus palustris Rietzangers

Broedvogel
62jaren
1893territoria
92hoogste jaar

1962 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Bosrietzanger zittend tussen dunne stengels en bladeren
Foto: Аимаина хикари CC0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Bosrietzanger

Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Bosrietzanger is een onopvallend bruin zangvogeltje dat sterk op de Kleine Karekiet lijkt. Zijn zang is echter zeer gevarieerd en bevat imitaties van vele Europese en Afrikaanse vogelsoorten. Hij zingt vaak vanuit hoge kruiden, brandnetels of struiken.

Voorkomen

Anders dan zijn naam doet vermoeden, broedt de Bosrietzanger vaak buiten rietvelden. Hij kiest vochtige ruigten met brandnetels, wilgenroosjes, fluitenkruid en verspreide struiken. De landelijke populatie is op lange termijn vrij stabiel en neemt recent toe. In Meijendel bereikte de soort in de jaren tachtig hoge aantallen. Daarna volgde een afname, waarna de stand zich op een lager niveau stabiliseerde.

Achtergrond

Bosrietzangers keren laat terug uit Afrika. Het komvormige nest hangt tussen stevige kruidenstengels. Beide ouders broeden en voeren de jongen. De soort is ook een regelmatige waardvogel van de Koekoek.

Bescherming

Hoge kruidenvegetaties moeten tot na het broedseizoen blijven staan. Gefaseerd maaien voorkomt dat in één keer alle nest- en zangplaatsen verdwijnen. Behoud van vochtige ruigten en geleidelijke overgangen naar struweel is belangrijker dan alleen het sparen van riet.

Bron: Sovon – Bosrietzanger.

Vogelkenmerken

Langeafstandstrekker; imiteert vele vogelgeluiden.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: overige.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0