Terug naar soorten

Kleine Karekiet

Acrocephalus scirpaceus Rietzangers

Broedvogel
62jaren
12832territoria
468hoogste jaar

1964 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Kleine Karekiet zittend tussen groene rietstengels
Foto: Ron Knight CC BY 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Kleine Karekiet

Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Kleine Karekiet is een onopvallend bruine rietzanger met een vrij vlak voorhoofd en een ritmische, krassende zang. Hij leeft tussen rietstengels en eet insecten, spinnen en andere kleine ongewervelden.

Voorkomen

De soort is een algemene Nederlandse broedvogel van rietkragen en rietvelden. Landelijk is de stand op lange termijn stabiel en recent toegenomen. In Meijendel verscheen hij vanaf de jaren zestig regelmatig, bereikte later een hoog niveau en nam daarna langdurig af.

Achtergrond

Het komvormige nest hangt tussen enkele rietstengels. De Kleine Karekiet is een belangrijke waardvogel van de Koekoek. De lokale afname valt samen met verlies en aantasting van riet, onder meer door begrazing en vraat aan jonge scheuten.

Bescherming

Brede, vitale rietkragen moeten gefaseerd worden gemaaid en tegen sterke vraat en vertrapping worden beschermd. Een stabiel waterpeil en goede waterkwaliteit ondersteunen zowel rietgroei als insectenaanbod.

Bron: Sovon – Kleine Karekiet.

Vogelkenmerken

Algemene rietvogel van uiteenlopende rietkragen.

Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Roerdomp-groep, Waterrietvogels). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie. Foerageermethode: overige.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 2 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Noord-Afrika/Middellandse Zee, Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0