Terug naar soorten

Gele Kwikstaart

Motacilla flava Kwikstaarten

Broedvogel Rode lijst Gevoelig
12jaren
13territoria
2hoogste jaar

1975 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Gele Kwikstaart zittend op een lage steen
Foto: Frebeck CC BY-SA 3.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Gele Kwikstaart

Opname: Joost van Bruggen · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Gele Kwikstaart is een slanke zomervogel met een gele onderzijde, olijfgroene rug en voortdurend bewegende staart. De in Nederland broedende vorm heeft doorgaans een blauwgrijze kop met een lichte wenkbrauwstreep.

Voorkomen

De soort is grotendeels uit intensief grasland verdwenen en tegenwoordig vooral een akkervogel. Landelijk is na een sterke historische afname enig herstel zichtbaar. In Meijendel zijn slechts verspreid enkele territoria vastgesteld. Van een vaste lokale broedpopulatie is geen sprake.

Achtergrond

Gele Kwikstaarten overwinteren in Afrika. Tijdens trek en broedtijd zoeken ze lopend en fladderend naar insecten, vaak tussen grazend vee. Het nest ligt goed verborgen op de grond.

Bescherming

Kruidenrijke akkers, natte graslanden, brede akkerranden en weinig gebruik van insecticiden zijn belangrijk. Maaien en grondbewerking moeten grondnesten ontzien.

Bron: Sovon – Gele Kwikstaart.

Vogelkenmerken

Slanke insecteneter van natte graslanden en open akkergebieden.

Ecologische vogelgroepen: Kievit-groep; Wulp-groep; Zomertaling-groep. Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Noord-Afrika/Middellandse Zee, Sahel. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0