Terug naar soorten

Engelse Kwikstaart

Motacilla flavissima Kwikstaarten

Broedvogel Rode lijst Gevoelig
6jaren
6territoria
1hoogste jaar

1977 t/m 1990 · bron: Meijendel-database

Engelse Kwikstaart staand in kort gras
Foto: MPF CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Engelse Kwikstaart

Opname: Joost van Bruggen · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Engelse Kwikstaart is de Britse en West-Europese ondersoort flavissima van de Gele Kwikstaart. Het mannetje heeft een geelgroene kop zonder de blauwgrijze kruin van de gewone Gele Kwikstaart. In het najaar en bij vrouwtjes is het onderscheid veel moeilijker.

Voorkomen

De soort broedt in Nederland vrijwel alleen in de kuststreek, vooral rond de Zuid-Hollandse bollenvelden. De populatie is klein en de staat van instandhouding zeer ongunstig. In Meijendel zijn uitsluitend enkele historische territoria vastgesteld, allemaal bij De Klip, een voormalig bloembollenveld.

Achtergrond

Waar Engelse en gewone Gele Kwikstaarten samen voorkomen, ontstaan mengparen en vogels met tussenvormen. Daarom vragen mogelijke broedgevallen een goede documentatie van beide partners.

Bescherming

Open, insectenrijke akkers en graslanden met voldoende nestdekking zijn nodig. Bij mogelijke territoria moeten werkzaamheden en maaien worden afgestemd op het broedseizoen.

Bron: Sovon – Engelse Kwikstaart.

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen. Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Sahel. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0