Terug naar soorten

Rouwkwikstaart

Motacilla yarrellii Kwikstaarten

Broedvogel
2jaren
2territoria
1hoogste jaar

2004 t/m 2015 · bron: Meijendel-database

Rouwkwikstaart staand tussen zand en schelpen
Foto: Alexis Lours CC BY 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Rouwkwikstaart

Opname: Pascal Christe · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Rouwkwikstaart is de donkere Britse vorm van de Witte Kwikstaart. Vooral het mannetje heeft een vrijwel zwarte rug die sterk contrasteert met witte onderdelen. Hij zoekt lopend naar insecten op open grond.

Voorkomen

In Nederland is de Rouwkwikstaart een zeldzame broedvogel, vooral langs de kust. In Meijendel werd in 2004 een zeker broedgeval vastgesteld. In 2015 vormde een mannetje een gemengd paar met een Witte Kwikstaart.

Achtergrond

Doortrekkers kunnen in het voorjaar enige tijd in geschikt terrein verblijven. Omdat bovendien mengparen voorkomen, vraagt een broedmelding om aandacht voor beide partners, nestgedrag en kenmerken van de jongen.

Bescherming

Open, insectenrijke terreinen met kale delen en veilige nestholten zijn belangrijk. Zeldzame broedgevallen moeten worden beschermd tegen werkzaamheden en zorgvuldig worden gedocumenteerd.

Bron: Sovon – Rouwkwikstaart.

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: geen. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 5 meter. Aandeel holenbroeden: beperkt (klasseproxy 25%). Type nestholte: gebouw of constructie. Oorsprong nestholte: bestaand, niet nader gespecificeerd.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0