Terug naar soorten

Zwarte Mees

Periparus ater Mezen

Broedvogel Rode lijst Gevoelig
42jaren
110territoria
10hoogste jaar

1975 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Zwarte Mees zittend op twee sparrenkegels
Foto: Marton Berntsen CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Zwarte Mees

Opname: Hans Dijkstra · Hans Dijkstra · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Zwarte Mees is de kleinste Nederlandse mees. Hij heeft een zwarte kruin, witte wangen en een opvallende witte vlek in de nek. Soms zet hij de veren op de kruin op tot een klein kuifje. Hij zoekt tussen naalden en takken naar insecten en spinnen en eet buiten het broedseizoen ook veel zaden.

Voorkomen

Zwarte Mezen zijn vooral gebonden aan naaldbossen en gemengde bossen met voldoende coniferen. In sommige jaren komen vanuit Noord- en Oost-Europa grotere aantallen naar Nederland. De Nederlandse broedpopulatie neemt al langere tijd af. In Meijendel was de soort altijd schaars en is hij verder teruggelopen.

Achtergrond

Het Engelse Coal Tit verwijst naar de zwarte kruin, die aan steenkool doet denken. Zwarte Mezen leggen voedselvoorraden aan voor de winter. Ze broeden in boomholten, nestkasten en soms zelfs in oude muizenholen.

Bescherming

Behoud van gevarieerde bosdelen met coniferen, oude bomen, natuurlijke holten en dood hout helpt de soort. De afname wordt niet volledig verklaard door het verdwijnen van naaldbos; ook voedselbeschikbaarheid en de kwaliteit van resterende bossen kunnen een rol spelen.

Bron: Sovon – Zwarte Mees.

Vogelkenmerken

Kleine actieve mees, leeft vooral in naald- en gemengde bossen.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Kruisbek-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: boom. Foerageermethode: overige.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: boomholte, nestkast. Oorsprong nestholte: natuurlijk, kunstmatig, bestaand, niet nader gespecificeerd.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: kort/middel.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0