Terug naar soorten

Glanskop

Poecile palustris Mezen

Broedvogel
58jaren
1933territoria
71hoogste jaar

1963 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Glanskop zittend op een horizontale tak
Foto: Stephan Sprinz CC BY 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Glanskop

Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Glanskop is een kleine, honkvaste mees van opgaand loofbos. Hij heeft een zwarte kruin en keelvlek en lijkt sterk op de Matkop. Vooral de roep en een combinatie van kenmerken bieden betrouwbaar onderscheid.

Voorkomen

Landelijk nam de soort op lange termijn toe en is de populatie recent stabiel. De Hollandse duinen vormen een belangrijk verspreidingsgebied. Ook in Meijendel groeide de populatie lange tijd, maar in de meest recente periode volgde een zeer sterke lokale afname.

Achtergrond

Glanskoppen gebruiken bestaande boomholten en verstoppen zaden als voedselvoorraad. Ze blijven doorgaans hun hele leven binnen een klein gebied. In Meijendel komt tegenwoordig alleen de Glanskop en niet de Matkop als regelmatige broedvogel voor.

Bescherming

Oud loofbos, dood hout, natuurlijke boomholten en een dichte struiklaag moeten behouden blijven. De lokale afname verdient blijvende aandacht, zonder een oorzaak te noemen zolang die niet is onderzocht.

Bron: Sovon – Glanskop.

Vogelkenmerken

Loofbos- en holenbroeder, sterk gebonden aan eik/beuk.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Holenbroeders, Kleine Bonte Specht-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 20%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, boom. Foerageermethode: overige.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: substantieel (klasseproxy 50%). Type nestholte: boomholte, nestkast. Oorsprong nestholte: kunstmatig, bestaand, niet nader gespecificeerd.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0