Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Pimpelmees
Opname: Onbekende maker; zie bronpagina · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Pimpelmees is een kleine, beweeglijke mees met een blauwe kruin, blauwe vleugels en staart, witte wangen en een gele onderzijde. Tijdens het voedselzoeken hangt hij vaak ondersteboven aan dunne takken. Hij eet vooral rupsen, spinnen, bladluizen en andere kleine ongewervelden, aangevuld met zaden. Het vrouwtje broedt in een boomholte, nis of nestkast; beide ouders voeren de jongen.
Voorkomen
Pimpelmezen leven in bossen, parken, lanen en tuinen en zijn vrijwel overal aanwezig waar voldoende bomen staan. Het ouder worden van bossen en de uitbreiding van groen in voorheen open gebieden hebben de landelijke populatie geholpen. Ook in Meijendel nam de soort sterk toe. De groei is later afgevlakt, maar de Pimpelmees blijft er een talrijke broedvogel.
Achtergrond
Pimpelmezen kunnen nieuwe voedselbronnen snel leren benutten. Bekend is hoe ze vroeger de doppen van melkflessen openmaakten. Ook verwerken ze soms aromatische planten in het nest. Onderzoek wijst erop dat zulke planten de omstandigheden voor de jongen kunnen verbeteren.
Bescherming
Behoud van oude bomen, natuurlijke holten, gevarieerde bosranden en een insectenrijke vegetatie is belangrijk. Nestkasten kunnen aanvullende broedgelegenheid bieden, maar voldoende rupsen en andere prooidieren blijven noodzakelijk. Gebruik van bestrijdingsmiddelen en eenvormig groenbeheer zijn ongunstig.
Bron: Sovon – Pimpelmees.
Vogelkenmerken
Kleine kleurrijke mees, foerageert op insecten en zaden in bomen.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Holenbroeders, Kleine Bonte Specht-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 40%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, struiklaag, boom. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: substantieel (klasseproxy 50%). Type nestholte: boomholte, nestkast. Oorsprong nestholte: natuurlijk, kunstmatig, bestaand, niet nader gespecificeerd.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0