Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Zomertaling
Opname: Jochem Verweij · Xeno-canto · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De woerd Zomertaling is herkenbaar aan de brede witte wenkbrauwstreep op zijn bruine kop. Het vrouwtje is veel minder opvallend. In de vlucht zijn een blauwgrijze voorvleugel en groene spiegel zichtbaar. Zomertalingen leven bij ondiepe plassen, sloten en natte graslanden met een kruidenrijke oevervegetatie. Ze eten waterdiertjes, insectenlarven, slakken, zaden en delen van waterplanten.
Voorkomen
Zomertalingen overwinteren ten zuiden van de Sahara en verblijven van het vroege voorjaar tot de nazomer in Nederland. De soort was vroeger veel algemener. Na een langdurige landelijke afname zijn de aantallen de laatste jaren stabieler, maar de Zomertaling blijft bedreigd. In Meijendel was hij vooral in de eerste decennia van de tellingen aanwezig. Daarna werden nog slechts incidenteel territoria vastgesteld.
Achtergrond
Het nest ligt goed verborgen tussen hoge kruiden, riet of gras. Het vrouwtje broedt de eieren uit en verzorgt de kuikens. Omdat de Zomertaling over grote afstand trekt, wordt zijn voortbestaan bepaald door omstandigheden in het broedgebied, langs de trekroute en in de Afrikaanse overwinteringsgebieden.
Bescherming
Nodig zijn ondiep water, plas-draszones, een goede waterkwaliteit en kruidenrijke, laat gemaaide oevers en graslanden. Vroeg maaien, sterke ontwatering en intensieve beweiding zijn ongunstig. Rust rond geschikte broedplekken is belangrijk voor deze schuwe eend.
Bron: Sovon – Zomertaling.
Vogelkenmerken
Kleine trekeend van natte moerassen, foerageert op insecten en zaden
Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Slobeend-groep); Weidevogels (Zomertaling-groep). Rode Lijst: RL: Bedreigd. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, water. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Sahel, Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0