Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Pijlstaart
Opname: Unknown authorUnknown author · Wikimedia Commons · Public domain · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Pijlstaart is in Nederland vooral een wintergast en doortrekker uit noordelijke broedgebieden. Bij serieuze koude trekken veel vogels verder naar het zuiden. In het voorjaar keren ze terug naar hun broedgebieden. In Nederland komt de soort slechts zeer zelden tot broeden.
De Pijlstaart geldt als een van de sierlijkste eenden en is herkenbaar aan de lange, slanke hals en puntige staart. De woerd heeft in het winterkleed een chocoladebruine kop met een opvallend witte hals en buik. Het vrouwtje is veel minder opvallend getekend.
Pijlstaarten zijn snelle vliegers en kunnen in V-formaties vliegen.
Voorkomen
De meeste Nederlandse broedgevallen worden vastgesteld op de Waddeneilanden en in het IJsselmeer- en Deltagebied. De Pijlstaart wordt als broedvogel nog steeds zeldzamer. Buiten de broedtijd bezoeken veel grotere aantallen Nederland, vooral de Waddenzee, het Deltagebied en andere ondiepe waterrijke gebieden. De aantallen in de winter kunnen sterk door vorst worden beïnvloed.
In Meijendel wordt de Pijlstaart vooral tijdens trek en winter gezien. Territoriaal voorkomen is uitzonderlijk en heeft niet tot een regelmatige vestiging als broedvogel geleid.
Achtergrond
Een paar Pijlstaarten dat in het voorjaar aanwezig is, vormt niet automatisch een broedgeval. Doortrekkers en niet-broedende overzomeraars kunnen tot ver in het voorjaar aanwezig blijven. Voor zekere broedgevallen vraagt Sovon daarom uitgebreide documentatie.
De incidentele territoriale waarneming in Meijendel blijft een bijzonder historisch gegeven, maar kan niet als begin van een lokale vestiging worden uitgelegd.
Bescherming
De staat van instandhouding is als broedvogel zeer ongunstig, maar als niet-broedvogel gunstig. Voor overwinterende en doortrekkende vogels zijn rustige, ondiepe wateren en voedselrijke slik- en oeverzones belangrijk. De zeer kleine Nederlandse broedpopulatie is kwetsbaar voor verstoring en verlies van natte broedgebieden.
Bron: Sovon – Pijlstaart.
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Slobeend-groep). Rode Lijst: RL: Bedreigd. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, water. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa, Noord-Afrika/Middellandse Zee. Trekstrategie: gedeeltelijk.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0