Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Mandarijneend
Opname: Hans Dijkstra · Hans Dijkstra · Geautoriseerde legacycollectie
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De woerd Mandarijneend heeft in het broedkleed een opvallend oranje, groen en paars verenkleed met grote opstaande sierveren. Het vrouwtje is grijsbruin met een witte oogstreep. Buiten de baltsperiode is ook het mannetje veel soberder. De soort leeft bij beschutte bosvijvers, beken en andere wateren met bomen en struiken.
Voorkomen
De Mandarijneend komt oorspronkelijk uit Oost-Azië. Ontsnapte siervogels en hun nazaten vormden in Nederland een vrij levende populatie. Na een langdurige toename zijn de landelijke aantallen buiten het broedseizoen gestabiliseerd. In Meijendel werd al in de jaren zestig een broedgeval gemeld. In de latere telreeks werd slechts eenmaal een territorium geregistreerd; bij wintertellingen wordt de soort af en toe gezien.
Achtergrond
Mandarijneenden broeden in ruime boomholten, soms op aanzienlijke hoogte. Kort na het uitkomen springen de kuikens naar beneden en volgen ze het vrouwtje naar het water. De soort werd vanwege het spectaculaire verenkleed veel als siervogel gehouden.
Bescherming
De Mandarijneend is een exoot en heeft geen afzonderlijke staat van instandhouding onder de Europese Vogelrichtlijn. Loslaten en doelgericht uitbreiden van de populatie is ongewenst. Oude holtebomen en natuurlijke oevers blijven wel waardevol voor tal van inheemse vogels en andere dieren.
Bron: Sovon – Mandarijneend.
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Kuifeend-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: water. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: boomholte, nestkast. Oorsprong nestholte: natuurlijk, kunstmatig.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0