Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Wilde Eend
Opname: Jonathon Jongsma · Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Wilde Eend is onze bekendste eend. Het mannetje heeft in broedkleed een glanzend groene kop, witte halsring en kastanjebruine borst. Het vrouwtje is bruin gevlekt en daardoor op het nest goed gecamoufleerd. Beide geslachten hebben een blauw vleugelveld. Het vrouwtje broedt en leidt de kuikens na het uitkomen naar voedselrijk, beschut water.
Voorkomen
Wilde Eenden leven bij vrijwel alle typen stilstaand en langzaam stromend water, van duinplassen en infiltratiekanalen tot stadsvijvers en poldersloten. De soort is het hele jaar aanwezig; in de winter komen vogels uit Noord- en Oost-Europa naar Nederland. In Meijendel is de Wilde Eend nog steeds algemeen, maar de broedpopulatie vertoont over een lange periode een duidelijke afname.
Achtergrond
Wilde Eenden kruisen gemakkelijk met ontsnapte tamme eenden. Daardoor zijn op veel plaatsen bonte ‘soepeenden’ te zien. Onderzoek naar de landelijke afname wijst onder meer op een lage overleving van kuikens. De precieze combinatie van oorzaken verschilt waarschijnlijk tussen gebieden en is nog niet volledig opgehelderd.
Bescherming
Geschikt opgroeigebied voor kuikens vraagt om ondiep water, insectenrijk voedsel en voldoende dekking langs de oever. Geleidelijke, begroeide oevers zijn waardevoller dan harde of steile beschoeiingen. Rust rond broed- en opgroeiplekken en terughoudend maaibeheer in het voorjaar kunnen de overlevingskansen verbeteren.
Bron: Sovon – Wilde Eend.
Vogelkenmerken
Grondeleend; omnivore soort van ondiep water, oevervegetatie en ruige nestplaatsen.
Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Kuifeend-groep); Weidevogels (Grutto-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 20%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, struiklaag, boom, water. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: boomholte. Oorsprong nestholte: natuurlijk, bestaand, niet nader gespecificeerd.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0