Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Nachtzwaluw
Opname: Hans Dijkstra · Hans Dijkstra · Geautoriseerde legacycollectie
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Nachtzwaluw is geen echte zwaluw, maar behoort tot een eigen vogelfamilie. Overdag valt hij door zijn bruin-grijze schutkleur vrijwel weg tegen takken en strooisel. In de schemering jaagt hij met zijn brede bek en lange vleugels op nachtvlinders en andere vliegende insecten. Het mannetje maakt een lang aanhoudend ratelend of snorrend geluid.
Voorkomen
Nachtzwaluwen overwinteren in Afrika en keren in het voorjaar terug. Ze broeden in droge, halfopen landschappen met kale bodem, lage begroeiing en verspreide bomen. Na een langdurige landelijke afname heeft de soort zich sterk hersteld. Ook in Meijendel zijn na een lange periode met slechts incidentele territoria opnieuw meerdere territoriale vogels vastgesteld. Daarmee is de Nachtzwaluw teruggekeerd als zeer schaarse broedvogel van het duin.
Achtergrond
De Nachtzwaluw legt zijn eieren zonder nest op de grond. Meestal bestaat het legsel uit twee eieren. De vogel wordt vooral ’s nachts gehoord en is daardoor bij gewone daginventarisaties gemakkelijk te missen. Gerichte avond- en nachtbezoeken zijn noodzakelijk om zijn aanwezigheid vast te stellen.
Bescherming
Belangrijk is een mozaïek van kale zandige plekken, lage vegetatie, heide, open bos en insectenrijke ruigten. Volledige verbossing en sterke vergrassing zijn ongunstig, maar grootschalig kaalmaken eveneens. Broedplaatsen moeten worden beschermd tegen betreding, loslopende honden, nachtelijke verstoring en werkzaamheden.
Bron: Sovon – Nachtzwaluw.
Vogelkenmerken
Schemeractieve insectenjager van heidevelden, herkenbaar aan ratelende zang.
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Geelgors-groep). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel vliegende prooien: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel actieve luchtvangst: overwegend (klasseproxy 75%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag, boom, lucht. Foerageermethode: grondpikken, continue luchtjacht.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0