Terug naar soorten

Rietgors

Emberiza schoeniclus Gorzen

Broedvogel
68jaren
3232territoria
111hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Mannetje Rietgors zingend in een bloeiende bremstruik
Foto: MPF CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Rietgors

Opname: Onbekende maker; zie bronpagina · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

Het mannetje Rietgors heeft in het voorjaar een zwarte kop en witte halsband. Het vrouwtje is bruin gestreept en valt in de vegetatie nauwelijks op. Mannetjes zingen vaak vanaf een rietstengel of struiktop. Het nest ligt laag in dichte vegetatie. Het vrouwtje broedt; beide ouders voeren de jongen vooral insecten. Buiten de broedtijd worden hoofdzakelijk zaden gegeten.

Voorkomen

Rietgorzen broeden in rietmoerassen, natte ruigten, langs begroeide sloten en in vochtige duinvalleien. Een deel van de Nederlandse vogels blijft in de winter, terwijl andere naar Zuidwest-Europa trekken; ook vogels uit noordelijker streken kunnen hier overwinteren. Landelijk neemt de broedpopulatie toe, vooral in de waterrijke delen van Noord- en West-Nederland. Daartegenover staat een sterke en langdurige afname in Meijendel.

Achtergrond

De lokale terugval viel samen met veranderingen in natte vegetaties en rietzones. Dunner of minder riet, begrazing, ganzenvraat en veranderingen in waterkwaliteit of waterbeheer kunnen daarbij een rol spelen. De beschikbare tellingen tonen de afname duidelijk aan, maar bewijzen niet dat één van deze factoren afzonderlijk de oorzaak is.

Bescherming

Behoud vraagt om een mozaïek van riet, natte ruigte, lage struiken en open water. Gefaseerd maaien en voldoende ongemaaide vegetatie tijdens het broedseizoen voorkomen dat in één keer alle nest- en voedselplekken verdwijnen. In Meijendel verdient de ontwikkeling van rietzones en vochtige valleien blijvende aandacht.

Bron: Sovon – Rietgors.

Vogelkenmerken

Riet- en ruigtesoort; winterse zaadeter, zomers meer insectivoor.

Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Rietzanger-groep, Waterrietvogels); Struweelvogels (Rietgors-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0