Twee verschillende berekeningen: vergelijk de binaire analyse met de gewogen gevoeligheidsanalyse.
Binaire analyse
Iedere geselecteerde soort telt volledig mee in de groepsdichtheid.
Gewogen gevoeligheidsanalyse
Primair groepslidmaatschap telt voor 1,0 en secundair lidmaatschap voor 0,5 mee.
Zaadeters gebruiken zaden, granen, noten of pitten als belangrijk onderdeel van hun voedsel. De groep omvat uitgesproken zaadeters zoals Vink, Kneu en Putter, maar ook soorten met een breder dieet, zoals Heggenmus, Koolmees en Roodborst. De ontwikkeling van de groep is daarom geen directe maat voor de hoeveelheid zaad in Meijendel.
Ontwikkeling in Meijendel
De binaire groepsdichtheid bedroeg in 1990 ongeveer 164 territoria per km². Na een piek van 188 territoria per km² in 1993 volgde een sterke afname tot 116 in 2009. Daarna herstelde de groep tot 170 territoria per km² in 2017. In 2025 resteerden 149 territoria per km². Dat is ongeveer 9% minder dan in 1990 en 13% minder dan bij de recente piek in 2017.
De gewogen berekening laat vrijwel hetzelfde verloop zien. Deze daalde van 107 gewogen territoria per km² in 1990 naar 73 in 2009, herstelde tot 112 in 2017 en kwam in 2025 uit op 97. De ontwikkeling hangt dus niet uitsluitend af van soorten waarvoor zaden een kleiner deel van het dieet vormen.
Welke soorten bepalen het beeld?
De samenstelling veranderde sterk. In 1990 waren Heggenmus, Houtduif en Koolmees de grootste bijdragen aan de binaire groepsdichtheid. In 2025 stonden Vink, Koolmees, Roodborst, Heggenmus en Pimpelmees bovenaan.
De grootste afname betrof de Houtduif: van 377 territoria in 1990 naar 35 in 2025. Ook Heggenmus, Fazant, Kauw, Ekster en Meerkoet namen sterk af. Van Fazant, Zomertortel en Ringmus werd in 2025 in de onderzochte kavels geen territorium geregistreerd.
Daartegenover staat vooral de sterke groei van de Vink, van 26 territoria in 1990 naar 409 in 2025. Ook Grote Bonte Specht, Pimpelmees, Roodborsttapuit, Putter en Grauwe Gans namen toe. Onder de meer uitgesproken zaadeters telde Meijendel in 2025 onder andere 50 territoria van Kneu, 42 van Putter, 32 van Groenling, 18 van Rietgors en 11 van Appelvink.
De gezamenlijke lijn weerspiegelt daardoor niet alleen veranderingen in zaadaanbod. Ook de ontwikkeling van bos, struweel, open duin, oevers en wateren en de uiteenlopende broedmogelijkheden van deze soorten spelen mee.
Habitat en voedsel
Zaadeters komen in vrijwel alle landschappen van Meijendel voor. Vink, Appelvink, Houtduif en Gaai zijn verbonden met bomen en bosranden. Kneu, Putter en Groenling gebruiken struwelen, ruigten en open plekken met zaaddragende kruiden. Rietgors is sterker gebonden aan vochtige ruigten en riet, terwijl eenden, ganzen en Meerkoet vooral in en rond water voorkomen.
Voor echte zaadspecialisten zijn kruidenrijke, niet overal kort afgegraasde of gemaaide vegetaties belangrijk. Ook overstaande kruiden, distels, grassen, struiken en vruchtdragende bomen kunnen voedsel leveren. De territoriumcijfers meten deze voedselvoorraad echter niet rechtstreeks. Veel soorten voeren hun jongen bovendien insecten, ook wanneer volwassen vogels geregeld zaden eten.
Toegankelijkheid
In 2024 bedroeg de binaire dichtheid ongeveer 175 territoria per km² in afgesloten kavels, 144 in beperkt toegankelijke kavels en eveneens 144 in vrij toegankelijke kavels. De kleine categorie ‘deels afgesloten, deels vrij’ kwam hoger uit, maar besloeg slechts ongeveer 0,45 km².
Er is daarmee geen eenvoudig verband zichtbaar tussen toegankelijkheid en de dichtheid van deze groep. Verschillen in bos, struweel, water en open vegetatie zijn waarschijnlijk veel bepalender. De gegevens zijn niet opgezet als proef naar recreatie-effecten en kunnen daarvoor niet zonder aanvullende analyse worden gebruikt.
Vergelijking met Nederland
De lokale soortontwikkelingen lopen ook ten opzichte van Nederland uiteen. De Vink neemt landelijk sinds 1990 toe; de sterke groei in Meijendel past daarbij. De Houtduif vertoont landelijk over dezelfde lange periode een afname, maar de terugval in Meijendel is veel sterker.
De Putter neemt landelijk sterk toe en groeide ook in Meijendel. De Kneu nam landelijk sinds 1990 af, met recent herstel; in Meijendel lag het aantal in 2025 ongeveer op het niveau van 1990. De Groenling nam landelijk op lange termijn toe, maar daalt gedurende de laatste twaalf jaar. De Rietgors neemt landelijk licht toe, terwijl het aantal in Meijendel daalde van 49 territoria in 1990 naar 18 in 2025.
Ook landelijk vormen zaadeters dus geen groep met één uniforme ontwikkeling.
Twee berekeningen
De onderliggende voedselclassificatie onderscheidt 29 primaire en 34 secundaire zaadeters. De publieke grafiek gebruikt de 52 soorten die binnen de huidige selectie een bruikbare Meijendel-reeks hebben.
In de binaire analyse telt iedere geselecteerde soort volledig mee. In de gewogen analyse tellen primaire zaadeters voor 1,0 en secundaire zaadeters voor 0,5. Primair betekent dat zaden, granen, noten of pitten volgens de gebruikte voedselbronnen minimaal de helft van het dieet van volwassen vogels in het broedseizoen vormen. Voor secundaire soorten ligt dit aandeel tussen 25 en 50%.
Deze percentages zijn gestandaardiseerde voedselklassen voor de groepsindeling. Het zijn geen in Meijendel gemeten dieetaandelen.
Methodische kanttekening
De grafieken zijn gebaseerd op territoria uit de broedvogelkarteringen. Het aantal territoria wordt gedeeld door het in dat jaar onderzochte oppervlak, zodat jaren met een verschillend teloppervlak beter vergelijkbaar zijn. Vanwege de uitbreiding van het onderzoeksgebied rond 1973 en de invoering van de BMP-methode in 1984 ligt voor de inhoudelijke vergelijking de nadruk op de periode vanaf 1990. Lees meer over de vergelijkbaarheid van de tellingen.
De groepsgrafiek kan tegengestelde ontwikkelingen verhullen en mag niet als rechtstreekse indicator voor zaadproductie worden gelezen. Daarvoor moeten de dominante soorten en hun habitats afzonderlijk worden bekeken.
Meer weten?
Bekijk de afzonderlijke soortpagina’s en grafieken om te zien welke soorten de groepsontwikkeling bepalen. Landelijke aantallen en trends zijn beschikbaar via Sovon – Indexen en aantallen.