Terug naar soorten

Kneu

Linaria cannabina Vinken

Broedvogel Rode lijst Gevoelig
68jaren
4562territoria
201hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Mannetje Kneu zittend op een dunne tak
Foto: Joe Pell CC BY 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Kneu

Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Kneu is een slanke vink met een grijsbruine rug en gevorkte staart. Het mannetje heeft in het voorjaar een rood voorhoofd en rode borst. Kneuen eten vooral zaden van kruiden en struiken en broeden vaak in los groepsverband.

Voorkomen

De duinen behoren tot de belangrijkste Nederlandse broedgebieden. Landelijk nam de soort sterk af door voedselgebrek en verlies van nestgelegenheid, al is recent enig herstel zichtbaar. In Meijendel blijft de Kneu kenmerkend voor struweelrijk open duin.

Achtergrond

Het nest ligt in een dichte struik, terwijl voedsel vaak op open, kruidenrijke plekken wordt gezocht. Juist de combinatie van nestdekking en een grote variatie aan zaaddragende planten bepaalt de kwaliteit van het leefgebied.

Bescherming

Doornstruiken, kruidenrijke ruigten en zaadrijke overhoekjes moeten naast elkaar aanwezig blijven. Gefaseerd maaien en weinig gebruik van bestrijdingsmiddelen zorgen dat ook buiten het broedseizoen voedsel beschikbaar is.

Bron: Sovon – Kneu.

Vogelkenmerken

Trekkende zaadeter van doornstruwelen en zandige terreinen.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep, Roodborsttapuit-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa, Noord-Afrika/Middellandse Zee. Trekstrategie: kort/middel.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0