Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Appelvink
Opname: Benoît Van Hecke · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Appelvink is een forse vink met een uitzonderlijk zware snavel. De kastanjebruine kop, zwarte keel en brede witte vleugelstrepen maken hem goed herkenbaar. Met zijn krachtige snavel kraakt hij harde zaden en zelfs de pitten van kersen en pruimen. Daarnaast eet hij knoppen, beukennootjes en insecten.
Voorkomen
Appelvinken leven vooral in oudere loof- en gemengde bossen, parken en landgoederen. Ze verblijven veel in boomkronen en kunnen daardoor gemakkelijk onopgemerkt blijven. In Meijendel werd rond het begin van deze eeuw voor het eerst territoriaal gedrag vastgesteld, onder andere bij Rijksdorp. Daarna bleef de soort enige tijd onregelmatig, maar sinds de jaren 2010 heeft hij zich duidelijker als broedvogel gevestigd.
Achtergrond
Ondanks zijn forse uiterlijk heeft de Appelvink een opvallend zachte en weinig opvallende zang. Vaak verraden alleen de scherpe roep of een overvliegende vogel zijn aanwezigheid. De landelijke populatie vertoont al langere tijd een stijgende lijn.
Bescherming
Oude, soortenrijke bomen en rustige bosdelen zijn belangrijk. Behoud van bes- en vruchtdragende bomen, natuurlijke bosranden en voldoende dood hout ondersteunen zowel de aanwezigheid van voldoende voedsel als nestgelegenheid.
Bron: Sovon – Appelvink.
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Appelvink-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, struiklaag, boom. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 5 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0