Terug naar soorten

Grote Barmsijs

Acanthis flammea Vinken

Broedvogel
16jaren
340territoria
58hoogste jaar

1970 t/m 1992 · bron: Meijendel-database

Grote Barmsijs zittend op een kale tak
Foto: Jyrki Salmi from Finland CC BY-SA 2.0 Bron

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Barmsijs is een kleine vink met een rood voorhoofd, donkere kin en fijn gestreepte flanken. Mannetjes kunnen in het voorjaar roze op borst en stuit zijn. Hij eet vooral kleine zaden van berk, els en kruiden en hangt daarbij behendig in dunne twijgen.

Voorkomen

In najaar en winter bezoeken zowel Grote als Kleine Barmsijzen Nederland. Broedgevallen hebben hier vrijwel uitsluitend betrekking op de Kleine Barmsijs; de dichtstbijzijnde vaste broedgebieden van de Grote Barmsijs liggen in Scandinavië. De Meijendelse territoria stammen uit de periode waarin de gebruikte soortindeling deze vormen nog gezamenlijk behandelde. De lokale broedregistraties moeten daarom niet zonder nadere documentatie aan de Grote Barmsijs worden toegeschreven.

Achtergrond

Barmsijzen zijn lastig te inventariseren. Late trekkers kunnen zingen en enige tijd in geschikt broedbiotoop blijven, terwijl echte broedvogels juist onopvallend worden. Uiterlijk, geluid en broedgedrag moeten bij een mogelijk territorium daarom samen worden vastgelegd.

Bescherming

Open duinvalleien, berken- en elzenopslag, zaadrijke ruigten en rustige neststruiken zijn belangrijk. Bij een mogelijk broedgeval is goede foto- en geluidsdocumentatie nodig voordat soort of ondersoort wordt vastgesteld.

Bron: Sovon – Barmsijs.

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Putter-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: kort/middel.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0