Terug naar soorten

Goudvink

Pyrrhula pyrrhula Vinken

Broedvogel
59jaren
1818territoria
68hoogste jaar

1967 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Mannetje Goudvink zittend op een lichte boomtak
Foto: Francis Franklin CC BY-SA 3.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Goudvink

Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Goudvink is een forse vink met een zwarte kap, dikke snavel en witte stuit. Het mannetje heeft een rozerode borst; het vrouwtje is grijsbruin. Ondanks zijn opvallende uiterlijk leeft hij vaak onopgemerkt in dicht struikgewas.

Voorkomen

Goudvinken broeden in jonge naaldbossen, gemengd bos, moerasbos en duinstruweel. Landelijk nam de soort sinds 1990 toe. In Meijendel was hij van de jaren tachtig tot rond de eeuwwisseling veel talrijker. Daarna volgde een sterke en aanhoudende lokale afname.

Achtergrond

Het voedsel bestaat uit zaden, bessen en knoppen. Buiten het broedseizoen zwerven kleine groepen rond en kunnen vogels uit Noord- en Oost-Europa de Nederlandse populatie aanvullen.

Bescherming

Dichte, gevarieerde struiken, jonge bosstadia en voedselrijke randen zijn belangrijk. Grootschalig en gelijktijdig verwijderen van struweel is ongunstig. De scherpe lokale afname vraagt om monitoring.

Bron: Sovon – Goudvink.

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Winterkoning-groep, Zwartkop-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, boom. Foerageermethode: overige.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: kort/middel.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0