Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Putter
Opname: Onbekende maker; zie bronpagina · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Putter houdt van tamelijk open gebied met bomen en struiken. Putters hebben zich kunnen aanpassen aan door de mens gemaakte landschappen en is tegenwoordig ook te vinden in bosranden, parklandschappen, heggen, boomgaarden en tuinen. Mede daardoor is het aantal Putters in Nederland al jarenlang duidelijk in de lift. De belangrijkste voorwaarde aan het biotoop van Putters is een rijke vegetatie met veel kruidige gewassen, bij voorkeur van eerder genoemde composieten.
Niet alleen het uiterlijk is opvallend, ook de zang van de Putter is duidelijk herkenbaar en bestaat uit een snelle opeenvolging van korte, gevarieerde tonen. Hij laat de zang vooral tijdens de vlucht horen.
Mannetje en vrouwtje Putter bouwen samen een slordig komvormig nest in een struik, boom of heg. Het vrouwtje broedt de 4-6 eieren alleen uit, maar beide ouders brengen de jongen groot. Als er jongen zijn staan ook insecten op het menu. Vaak volgt een tweede broedsel.
Voorkomen
In Meijendel blijft het jarenlang een incidentele broedvogel tot er vanaf 2012 jaarlijks een toenemend aantal territoria wordt vastgesteld.
Vogelkenmerken
Distelspecialist met brede nestplaatskeuze.
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Putter-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 80%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, boom. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0
Achtergrond
Putters en de mens
In de tijd van Jac P. Thijsse heette deze vogel nog 'Distelvink' vanwege de voedselvoorkeur. En ook de wetenschappelijke naam 'Carduelis' betekent distel. Maar als kooivogel kunnen ze kunstjes leren als het ophijsen van een miniatuuremmertje -'putten'- (zie het schilderij rechts van Carel Fabritius). Blijkbaar heeft de Putter daar zijn huidige naam te danken. Ook worden gekooide mannetjes soms gekruisd met kanaries om hybriden te kweken met fraaie zangkwaliteiten.
Met de Vogelwet van 1936 is in Nederland een eind gemaakt aan dergelijke praktijken. Maar nog steeds worden Putters, ook in Europa, het slachtoffer van vinkenbanen en lijmstokken.
Vanwege de distelzaden die ze eten worden Putters in de Christelijke symboliek nog wel eens geassocieerd met de doornkrans van Christus. Zo zijn Putters te vinden in diverse schilderijen als symbool van 'voorkennis' van de kruisiging. Bijvoorbeeld in "Madonna of the Goldfinch" van Raphael.Klik voor vergroting
Lees verder in de WikipediA.