Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Groenling
Opname: Vladimir Yu. Arkhipov, Arkhivov · Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Een mix van helder groene tinten en gele vleugelpennen verklaren de naam van de soort, al is het vrouwtje (onderste foto) wat grijziger groen dan de man. Zijn vrij zachte zang bestaat uit een reeks van roepjes en 'nasaal' gekwetter dat een beetje aan een kanarie doet denken. De Groenling eet voornamelijk zaden, knoppen en bessen, in de broedtijd aangevuld met insecten.
Het is een sociale vogel, vaak zijn meerdere nesten in dezelfde struik te vinden. Het is een komvormig nest van takjes, gras en stengels, gevoerd met mos en plantenwortels. De 4-6 eieren worden door het vrouwtje uitgebroed, beide ouders voeren de jongen. Jaarlijks worden meestal twee legsel grootgebracht.
's Winters fourageert hij in de regel groepsgewijs op stoppelvelden en braakliggend terrein, samen met andere vinkachtigen en gorzen. Incidenteel vertrekken Nederlandse Groenlingen naar zuidelijker streken, maar ze worden aangevuld met Scandinavische vogels dus de aantallen blijven min of meer gelijk. Ze zijn bijzonder trouw aan hun overwinteringsstek. Uit ringonderzoek is gebleken dat deze vogels jaar op jaar op dezelfde plek overwinteren.
Voorkomen
In Meijendel is het aantal na een daling eind jaren '80, sinds medio '90 gestabiliseerd op een handvol territoria. Vanaf 2014 lijkt het aantal weer iets te stijgen.
Vogelkenmerken
Semikoloniale zaadeter van dicht struikgewas en halfopen landschap.
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Putter-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 70%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, boom. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa, Noord-Afrika/Middellandse Zee. Trekstrategie: gedeeltelijk.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0