Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Roodmus
Opname: Mike Prince · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het is een forse Vink, bijna net zo groot als een Groenling, met een vrij zware borst. Man Roodmus is fel rood van kleur, met name kop, borst en stuit. Hij heeft een hoge, wat puntige kruin. Het vrouwtje mist het rood en die kruin en is meer (olijf)bruinig gekleurd.
Hij broedt in half open terrein met weelderig struikgewas en bomen. In Nederland is die enkele Roodmus vooral te vinden langs de kust. De soort breidt zich geleidelijk naar het westen uit. Het eerste broedgeval in ons land is in 1987 gemeld, sindsdien heeft deze soort zich definitief bij ons gevestigd met elk jaar enkele tientallen broedparen.
Het nest wordt laag in een struik gebouwd. Het wijfje bebroedt de 4-6 eieren en wordt onderwijl soms door het mannetje gevoerd. Het voedsel is hoofdzakelijk plantaardig en bestaat uit (onkruid)zaden en knoppen van bomen, soms eten ze 's zomers enkele insecten.
Voorkomen
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Buidelmees-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 5 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: overig. Trekstrategie: lang.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0