Terug naar soorten

Roodmus

Carpodacus erythrinus Vinken

Broedvogel Rode lijst Gevoelig
4jaren
4territoria
1hoogste jaar

1983 t/m 1997 · bron: Meijendel-database

Mannetje Roodmus zingend vanaf een rietstengel
Foto: Adam Kumiszcza CC BY-SA 3.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Roodmus

Opname: Mike Prince · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Roodmus is een stevige vink. Volwassen mannetjes hebben een karmijnrode kop, borst en stuit; vrouwtjes en jonge vogels zijn grijsbruin en gestreept. De korte zang klinkt als een helder fluitmotief.

Voorkomen

De soort vestigde zich aan het einde van de twintigste eeuw vanuit het oosten in Nederland, maar nam na een korte bloeiperiode weer af. Veel territoria betreffen ongepaarde zingende mannetjes. In Meijendel bleef het bij incidentele vestigingen.

Achtergrond

Roodmussen arriveren laat en overwinteren in Zuid-Azië. Een zingend mannetje kan dagenlang aanwezig zijn en daarna verder trekken; nestbouw, een paar of voedseltransport is nodig om werkelijk broeden aannemelijk te maken.

Bescherming

Vochtige ruigten, jong struweel en kruidenrijke overgangen moeten gefaseerd worden beheerd. Een mogelijk broedgeval verdient rust en nauwkeurige documentatie zonder het terrein intensief te betreden.

Bron: Sovon – Roodmus.

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Buidelmees-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 5 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: overig. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0